Verlichting

Terwijl we aan de vooravond staan van de verlichting van de tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown (om Ruttes zinsnede nog maar even in het overdrevene te trekken) sta ik zelf ook weer op een spannende grens in mijn leven. Aankomende maandag begin ik met een nieuwe baan. Ik ga het komende half jaar als onderzoeksmedewerker meehelpen om de parlementaire enquête over de Groninger gaswinning (2021) voor te bereiden.

De laatste weken kijk ik vol bewondering naar het doorzettingsvermogen en de creativiteit van horeca-ondernemers. Toen ik ging fietsen zag ik overal bordjes met ‘Coffee to go’. Ik belde bij eentje aan. Uit het grote restaurant kwam een meisje dat me heerlijke warme thee schonk. Als ik had gewild, had ik daar nog een stuk bosvruchtentaart bij kunnen nemen. Op een kartonnen bordje, speciaal voor de buiten-eters. Maar taart eten doe ik toch altijd nog liever samen met anderen.

Toch is er best veel reden om taart te eten, want in mijn persoonlijke leven gaat het (ondanks wat flinke financiële coronategenslagen) nu best goed. Ik sloot onlangs een therapie bij een psychotherapeut af na 3 jaar, omdat ik me nu goed stabiel voel, en er veel onderliggende somberheden uit mijn lichaam verdwenen zijn. Niet omdat ze opgelost zijn, maar gewoon omdat ik erover gepraat heb en het niet allemaal meer in me zit en overloopt. De allerlaatste keer dat ik naar therapie ging, was er een spatscherm geplaatst tussen mij een de therapeut. Terwijl ik tegen haar praatte en we probeerden om 3 jaar samen te vatten, zag ik steeds de reflectie van mezelf in dat scherm. Haar zag ik nauwelijks. Het was of ik tegen mezelf zat te praten, wat misschien in wezen ook zo is bij welke therapeut dan ook. Maar dit keer als afsluiter voelde het toch erg onnatuurlijk om niet normaal te kunnen spreken en niet even een hartelijke hand te kunnen geven.

Ik gaf haar een afscheidscadeau, een ingelijste foto die ik ooit in de winter maakte van een slinger van ijs, een soort sieraad van spinrag, of hondenhaar, of wie zal zeggen wat. Voor mij had de foto veel waarde, vanwege de herinnering aan de plek waar ik elke week de dieren had verzorgd: ezels, schapen, geiten, paarden, kalkoenen, kippen en parelhoenen. De therapeut bekeek de foto kort en ik had niet de indruk dat het haar echt raakte (maar wie weet kunnen therapeuten dat heel goed verbloemen). Misschien hangt ze hem op in de behandelkamers en dan kan er toch nog iemand van genieten.

Voor wie het zich nog herinnert: ik begon ooit een blog met een verhaal over een kat die onder het wandelen gezellig met mij meesprong, van paaltje naar paaltje. Het is me nu gelukt om hem eens vast te leggen. Dan weten jullie dat ik niet alles verzin (soms verzin ik wel eens wat). Hij/zij leek mij verder vergeten te zijn en toonde geen aanhankelijkheid meer. Gelukkig maak ik snel nieuwe vriendjes.

Ook schreef ik eens over een groenteboer waar de kraaien buiten vrolijk bezig waren de uitgestalde gewassen op te eten en niet verjaagd werden. Nou, die groenteboer bleek dus opeens een drugspand te zijn. Ja, zo gebeuren er nog wel eens spannende dingen in Den Haag. Er vlak tegenover zit een gereedschapswinkel en daar hadden ze de zagen maar alvast in de aanbieding gedaan.

Om mij heen zie ik veel mensen die lak aan de coronaregels hebben. Die lekker met zijn drieën dichtbij op een bankje een frietje zitten te eten, of met zijn vijven een wandeling maken zonder afstand (en echt niet uit 1 familie). Maar ja, wat doe je eraan? Inmiddels heeft wel bijna iedereen al eens zo’n wattenstaafje tot in zijn hersenen geprikt gekregen en zijn er zelfs in onze directe omgeving steeds meer gevallen van COVID19. Je zou zeggen dat dat bij die mensen toch ook zo is? Toch maar weer op alle mooie dingen blijven letten, anders word je gek. Mensen die gezellig op afstand een hondenpraatje maken, kinderen die hun oude speeltjes gratis aanbieden op straat, een hamsterkooi op de prullenbakken (met de laatste zaadjes van het arme overleden beestje er nog in) en, tot slot, een leuke onhandige reuzenhond op het strand.

(Over reuzenhonden schreef ik ook al eens eerder, voor de echt echt trouwe volgers.)

(En warempel, daar blijkt ook het sieraad van rijp te staan.)

Jongens en meisjes:

Verbazingwekkende verhalen

De laatste tijd waren er een paar dingen die mij enorm fascineerden en deze wil ik graag met jullie delen.

In het Stadsarchief Amsterdam zag ik een tentoonstelling over vondelingen die rond het jaar 1800 werden opgevangen in het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht. Bij sommige van deze vondelingen werd naast het baby’tje of kindje een briefje achtergelaten door de moeder. Dit briefje was voor het weeshuis vaak de aanleiding om deze kinderen een bepaalde achternaam te geven. Deze achternamen werden erg fantasievol bedacht, bijna alsof de leiders van het weeshuis zich niet beseften dat de kinderen ook groot zouden worden en dan hun hele leven met die achternaam zouden rondlopen. Maar dit was dus wel het geval.

Voor een tentoonstelling met archiefdocumenten was hij heel goed opgezet, want zorg dat maar eens aantrekkelijk te maken. Van elk kindje dat uitgelicht werd stond er een levensbeschrijving op de muur en in de vitrines eronder lagen archiefdocumenten uit zijn/haar leven. De zusjes Jacoba en Anna werden op 29 augustus 1792 gevonden bij een bierkelder en kregen daarom de achternaam ‘Mout’.

Bij een jongetje dat Jan heette had zijn moeder een groen lintje met goud borduursel achtergelaten, waarna Jan door het weeshuis de achternaam Lindt kreeg toegewezen. Soms lieten moeders ook een half bidprentje achter bij het kindje, met de bedoeling dat zij het ooit weer zouden verenigen met hun eigen helft. Ze konden zo gelijk bewijzen dat het kind echt van hen was.

In het Kinderhuisboek stonden ook wat bijzondere achternamen, zoals Helena Elizabet Swanger en Aarnout Gevoel. Bij het meisje Anna Elisabeth Hart werd in 1797 een briefje in de vorm van een hartje achtergelaten en zo wist men gelijk een naam voor haar.

Zowel meisjes als jongetjes werden vaak voordat ze in het weeshuis geplaatst werden zo’n 1 tot 5 jaar bij een min ondergebracht, voor borstvoeding, maar bij oudere kindjes ook voor verzorging en persoonlijke aandacht. Deze minnen – dit waren er zo’n 2400 tussen 1780 en 1793 – konden hiermee een goed zakcentje bijverdienen. Soms zaten ze vroeger zelf ook in het weeshuis. De gevonden meisjes op hun beurt werden vaak later in hun leven zelf ook min of gingen in het weeshuis werken. De jongetjes moesten vanaf hun veertiende of later het leger in.

De grappigste achternaam stond bij een vondeling uit 1791 bij wie geen enkel briefje was achtergelaten door de moeder. Hij werd daarom Abel Weetniet genoemd. Later werd hij gedoopt in de Nieuwezijds Kapel samen met andere kinderen, waaronder ook een Anna Weetveel! En ook ontdekte ik in die lijst nog een meisje dat Slokop heette! In 1809, toen Abel achttien jaar was, ging hij het leger in te Amersfoort, nog altijd onder de naam Abel Weetniet. Zo staat hij gewoon tussen alle andere gangbare namen.

Het was mooi om eens een tentoonstelling te zien over een onderwerp waar ik zelden over had nagedacht.

Tot zover deze tentoonstelling die dit weekend helaas alweer afgelopen is en dus niet meer te bezoeken. Iets anders dat mij erg raakte is wel nog te zien, al is het de vraag of dit wenselijk is. Op NPO3 was in de maand september een serie te zien die Niet normaal vies heette. Wie weet hebben sommige mensen hem ook gezien? Het ging over het werk van de mooie jongen Tugrul Cirakoglu, die een speciaal schoonmaakbedrijf heeft om extreem vieze huizen schoon te maken. Huizen waar bijvoorbeeld mensen maandenlang in hun eigen viezigheid lagen en daarna overleden. Maar ook duivenpoep, schade door lekkage en bedrijfsschade. De beelden die je in de serie te zien krijgt, bijna allemaal door Tugrul zelf gemaakt, zijn bijna niet voor mogelijk te houden. Lichaamsvocht in alle soorten en maten en het daarbij behorende ongedierte dat erdoor aangetrokken wordt. Dit klinkt tot nu toe nog niet erg aantrekkelijk om te kijken, maar toch is het een hele mooie serie vind ik, want Tugrul zorgt er juist voor dat door hun leefomgevingen weer helemaal schoon te maken, deze mensen toch een soort van waardig einde krijgen. Ook bijvoorbeeld voor familieleden die later nog in het huis komen. Ook denkt de academisch gevormde Tugrul heel veel na en reflecteert op een mooie manier over het leven in de serie. Hij pleit ervoor dat we toch iets meer zouden moeten omkijken naar onze medemens. Zelf neemt hij vaak jongeren met een moeilijk verleden in dienst, die bij hem een tweede kans krijgen. Maar je moet er natuurlijk wel tegen kunnen, tegen dat werk. Tugrul vertelt ook hoe hij hiermee omgaat. Ik vond het fascinerend om te zien hoe hij alle extreem vieze huizen weer schoon kreeg, met verschillende methoden, en hoe hij met mensen omging.

Dan tot slot nog een verhaal dat ik zelf beleefde:

Begin juli kwam ik een oude man tegen op straat. Ik kende hem van mijn petitie voor Solleveld en had hem ergens in april nog een mailtje geschreven om te vragen of ik iets voor hem kon doen in deze periode. Geen antwoord gehad en er later even geen aandacht meer aan besteed. Tot die ene dag. Hij vertelde dat hij in een verzorgingstehuis woonde ten tijde van het begin van de corona. Omdat de eerste gevallen al geconstateerd waren en hij een algehele sluiting van de tehuizen al aan zag komen, boekte hij snel een vakantiehuisje aan zee. Hij vluchtte dus zijn tehuis uit, net voordat hij er maanden vast gezeten zou hebben, maar dat wist hij toen nog niet. Omdat het een uitzonderlijk warme lente was, had hij optimaal genoten van het buiten zijn, normaal ook zijn favoriete omgeving. Hij had bijna elke dag gezwommen. Na een maand echter bleek er nog helemaal geen verandering te zijn opgetreden en hij boekte nog maar een maandje bij. Ook een derde maand waagde hij nog te boeken, ondanks dat dit betekende dat zijn hele spaargeld al opgegaan was aan het huisje. Hierna was zijn geld op en gelukkig kon hij in de vierde maand weer terug naar zijn tehuis, toen alles wat versoepeld was en het virus enigszins teruggedrongen. Hij was echter doodsbang voor een tweede golf en wilde eigenlijk ergens anders gaan wonen. Waarom hij überhaupt in het verzorgingstehuis woonde, was mij verder onduidelijk. Hij heeft beloofd mij dit nog eens te vertellen, als we elkaar weer tegenkomen.

Een tijdje hoorde ik niets, terwijl ik wel af en toe aan hem dacht. Ik hield ondertussen mijn ogen open voor huurhuisjes voor hem. Uiteindelijk schreef hij mij een mail dat hij een huurhuis gevonden had, vlakbij een bos in Den Haag. Ik was erg blij voor hem. Eind augustus zou hij erin mogen. Toen die datum naderde, bleek echter dat er nog wat vertraging was en hij kon nog niet in zijn nieuwe huis. Ondertussen waren de coronagevallen weer aan het stijgen. Ik zag het al gebeuren dat hij net voordat hij vertrokken was alsnog geveld werd door die enge ziekte. Ik mailde hem twee keer of hij al in het nieuwe huis zat. Er kwam geen antwoord. Ik beeldde me van alles in. Deze week echter mailde hij me dat hij moe maar gelukkig in zijn nieuwe huis zat en verlangde naar een lange wandeling in Solleveld. Eind goed al goed voorlopig dus.

Hoe nu verder? Cultuur en de wereld tijdens en na de corona

Een verkenning van positieve geluiden uit de Nederlandse media

Tijdens de (eerste?) lockdown was er in de wereld sprake van een seismische verstilling, zo bleek uit een artikel van een groep geologen en seismologen in Science. Er waren minder trillingen in de wereld. Hierna is iedereen echter steeds meer teruggeschoten naar ‘normaal’, soms zelfs in het kwadraat. We kunnen nu dankzij de lockdown echter wel zien wat er mogelijk zou zijn als je denkt aan andere toekomstscenario’s.

Webinairs hebben opeens een veel groter bereik dan als dit gewoon lezingen of debatten in een zaal ergens op de wereld zouden zijn geweest. Er doen soms zelfs mensen mee die in andere tijdszones en werelddelen wonen, waardoor de internationale uitwisseling van gedachten gestimuleerd wordt.  De mensen die ze geven worden ook steeds creatiever in het schakelen tussen praten tegen het publiek en het reageren op vragen van hen. Soms is er zelfs een speciale redactie die de vragen snel en compact aan de spreker voorschotelt. Ook kan je vaak nog napraten met anderen in de chatomgeving als de webinair al voorbij is. Een soort naborrelen, maar dan met je eigen kopje erbij. Zelf volgde ik een aantal debatten van Pakhuis de Zwijger in de afgelopen maanden, even tussendoor, terwijl ik anders niet zo snel voor 2 uur de trein naar Amsterdam zou pakken. Ook luisterde ik naar Erik Scherder, die natuurlijk weer een geweldig verhaal over de hersenen had, met duizelingwekkende plaatjes.

Iemand die diepgaand reflecteert over de toekomst is Dirk Bezemer. In een artikel uit de Groene over de post-corona-economie schetst hij een beeld van de mogelijke kansen die het meemaken van de coronaperiode ons kunnen bieden. In Duitsland werd bijvoorbeeld besloten om een grote staatssubsidie van 6.000 euro op elke gekochte elektrische auto te geven, terwijl benzine- en dieselauto’s niet gesubsidieerd worden. Dit ondanks het feit dat er hiervan nog veel worden verkocht, en de fabrikanten dus veel schade leiden door de crisis. Ook in Nederland is er sinds begin juni 2020 een subsidie van 4.000 euro op elektrische auto’s en de helft hiervan op tweedehandse exemplaren. De fabrikanten worden zo dus geprikkeld tot verandering, ondanks dat er hierdoor ook baanverlies geleden wordt.

Bezemer noemt ook positieve geluiden uit andere richtingen dan de auto-industrie: Burgemeester Anne Hidalgo van Parijs wil dat alle noodzakelijke voorzieningen op maximaal 15 minuten fietsafstand komen (City of 15 minutes) en zo dus het fietsen in de stad bevorderen. Dit al wat oudere plan heeft nu door de corona een extra impuls gekregen en allerlei parkeerplaatsen zullen actief verwijderd gaan worden. De noodzakelijke gedragsverandering hiervoor, die sommigen zich niet konden indenken, is door de corona voor veel dingen opeens automatisch bereikt. Daarom moeten we nu ook doorpakken met dingen, vindt Bezemer. Bijvoorbeeld door te laten betalen voor autokilometers binnen de stad.

Beel uit webinair Erik Scherder

Ander beeld uit webinair Erik Scherder

De burgemeester van Barcelona, Ada Colau, wil dat het toerisme in haar stad niet meer terugkomt op het oude niveau, maar dat er duurzaam toerisme komt. Dit plan was er ook al langer, maar de corona was de katalysator om het nu echt tot uitvoer te brengen. Op de radio hoorde ik Bezemer zeggen in Het Oog (vanaf 39 min.) dat er altijd weerstand was tegen dit soort vormen van verandering, omdat er altijd gedupeerden zijn, maar dat dit desondanks het moment is om die mensen gewoon ‘af te kopen’. Een eenmalige grotere investering om daadwerkelijke verandering in beweging te zetten. En dit zou ook kunnen gebeuren in andere sectoren, zoals communicatie, energie, industriële innovatie, vastgoed, waardeketens en landbouw, somt hij op. Laten we het hopen!

De groei van internationale handel en kapitaalstromen was al een paar jaar aan het afnemen en deze ‘slowbalization’ zal zich volgens Bezemer doorzetten, omdat men zich bewust is geworden van de afhankelijkheid van productieketens. Hij hoopt dat er weer meer eigen productiecapaciteit komt op allerlei vlakken. Producten waren al een paar jaar veel minder snel te verkrijgen dan eerder, omdat ze van steeds verder moesten komen en er zo klein mogelijke voorraden waren (om maar niks te verspillen). Dit hebben we de laatste jaren allemaal goed gemerkt aan medicijnen die niet meer op voorraad waren en onlangs nog met de mondkapjes. Just-in-time management noemt Bezemer dit. Eigenlijk dus gewoon vaak ‘net te laat’-management.

Bezemer spoort de Nederlandse overheid aan om een voorbeeld aan de Duitse te nemen. Bepaalde bewuste keuzes van de overheid kunnen volgens hem een versterking creëren tussen economische groei aan de ene kant en ecologische, sociale en financiële duurzaamheid aan de andere. Maar de kansen voor verbetering moeten wel actief gepakt worden, zegt hij. Recentelijk publiceerde hij een boek, waarin hij dit allemaal nog veel uitgebreider uitlegt.

In de kranten las ik ook een aantal andere positieve geluiden, vooral uit het culturele veld (ja echt!): Chef Cultuur Sandra Smallenburg schreef in ‘Een ongewoon cultureel seizoen’ (NRC 27 aug 2020) dat dit ongewone cultuurjaar ook nieuwe kansen biedt: Nederlandse popacts worden massaal geboekt en de opera geeft haar podium aan een nieuwe generatie, aangezien de gevestigde sterren niet kunnen reizen. Musea kijken weer in hun eigen collecties, waar Gijsbert van der Wal ze begin mei al van harte toe aanspoorde. En dit schrijft nu ook Joyce Roodnat in haar artikel Netflix is voor de cultuurvreter niet genoeg. ‘Kunst is eten en drinken voor hart en geest’, stelt zij. Net als Bezemer zag zij allerlei negatieve ontwikkelingen in de pre-coronatijd, die nu tot een ommekeer kunnen komen. Want – en deze vraag stelde Meta Knol, directeur van de Lakenhal ook in februari – wie bedienen de musea eigenlijk met de inzet op afgeladen zalen vol wereldberoemde, van over de hele wereld aangevoerde kunst (lees: de blockbusters van de afgelopen jaren)? Zichzelf of het publiek? Of eigenlijk geen van beide? De pandemie dwingt musea om nog scherper na te denken over wat ze willen, zegt Roodnat. De kleinere exposities van de komende maanden bieden misschien wel meer voldoening, voor beide partijen. Zij hoopt dat dit seizoen een overgangstijd kan zijn van een nieuwe verhouding tussen kunsten, kunstenaars en publiek. Zelf ervaarde ik het contact met de uitvoerende op het podium als heel positief, toen ik in het Theater aan het Spui een geweldige taalmonoloog zag van Vanja Rukavina, met wie we achteraf een tijdje konden spreken, omdat er zo weinig mensen waren. Roodnat op haar beurt schetst een beeld van een zaal van De Nationale Opera die vroeger vol zat met klapstukken van internationale allure vol bravo-roepers en nu toch een intiemere sfeer heeft, waar ook wat voor te zeggen valt. Alles zal na de pandemie weer gewoon worden, schrijft Roodnat, maar niet zoals het was.

Vanja Rukavina in ‘Language’
Vanja Rukavina in ‘Language’

In zijn artikel Iedereen mecenas in de Volkskrant schetst Alex van Burghoorn ook een mooi positief beeld van de mogelijkheden in de culturele sector in de toekomst. Als eerste noemt hij Voordekunst, crowdfunding voor de creatieve sector. Kleinere projecten of organisaties kunnen hier hun financiering regelen en volgens hem is de binding met het publiek hierbij het allerbelangrijkste, want dit publiek is dan ook bereid om het podium of het theater te steunen. Zo kan bijvoorbeeld tijd gewonnen worden om een andere vorm van financiering uit te denken. Ook noemt hij Pictures for Purpose, waarbij ongenummerde foto’s van goede fotografen voor een relatief laag bedrag kunnen worden aangekocht. Hierdoor kan een breder publiek kennis maken met kunst en wellicht kunnen zij later de bezoekers van de galerieën worden waar de genummerde foto’s geëxposeerd worden. Tot slot noemt hij de inzamelingsactie Houd cultuur levend, die juist bedoeld is voor díe mensen uit de kunstsector die niet voor de reguliere overheidsteunmaatregelen in aanmerking komen. Deze actie werd half augustus opgezet door het Prins Bernhard Cultuurfonds en loopt nog tot eind oktober. Er is nu al bijna 436.000 euro gedoneerd (ik doneerde natuurlijk ook wat). Jolien Schuerveld, directeur van Het Concertgebouw Fonds, zegt in hetzelfde artikel in de Volkskrant dat er eigenlijk gewoon een Cultuurmonumenten zou moeten komen, net als er een Natuurmonumenten is. Ja, waarom niet?

Zo krijgt ‘het lokale’ in de cultuur en de wereld dus weer meer betekenis en worden de lijntjes misschien soms wat korter en persoonlijker, tussen artiesten en hun publiek, tussen culturele instellingen en hun bezoekers, maar ook tussen de consument en de makers van de producten die zij wensen te kopen. Ik ben benieuwd hoe deze ontwikkelingen verder zullen gaan en blijf het volgen!

Eén dag corona

IMG_1549

 

Wat kan er veel gebeuren in een maand. Van een heel voorzichtige versoepeling naar een soort algeheel terug naar normaal, maar dan op 1.5m afstand van elkaar. En soms met mondkapjes.

Ik bedacht me dat ik sinds de lockdown op 12 maart helemaal niet meer verkouden ben geweest. Dit voelt heel erg onnatuurlijk, zoals wel meer in deze periode. Het voelt zelfs als een soort stilte voor de storm. Normaal ben ik zeker elke maand wel een keer in meer of mindere mate verkouden. Het voelt bijna saai om dat nu niet te zijn. Het voelt als een lange zomer in Zuid-Europa waar de lucht elke dag weer net zo blauw is als die daarvoor en het elke dag weer net zo warm is. Je snakt naar een dagje regen. Ik snak naar een snotneus. Alsof ik nu te leeg en steriel ben van binnen. Verkouden zijn kan soms ook gezellig voelen. Ook vraag ik me af of dit wel goed is voor mijn immuunsysteem, om zo lang niet verkouden te zijn. Of voor mijn afweersysteem. Hoe werkt dat? Of is dat hetzelfde?

Mijn leven bestaat normaal uit het heel frequent bezoeken van filmhuizen en vooral uit het heel veel reizen met trein, tram en bus, naar allerlei musea, vrienden en natuurgebieden in het hele land en daarbuiten. Ik besef nu pas dat de ‘prijs’ die je daarvoor betaalt is dat je ongeveer elke maand een keer verkouden bent of een griepje hebt. Dat is dus de prijs voor het ‘natuurlijk samenleven met anderen’. Ik denk dat ik die prijs graag betaal, want niks voelt meer natuurlijk de laatste tijd. Nu gaan we een nieuwe fase in, waarin dat gevoel weer iets meer gaat terugkomen neem ik aan. Maar dan toch nog op afstand van elkaar. Ik ben benieuwd.

 

 

Volgens Rutte met zijn mooie standaarduitdrukkingen kunnen we nu alleen nog ‘wijs op reis’. Als je verkouden bent mag je sowieso niet op reis, dus nog altijd bewegen we ons in een soort steriele wereld, waarin iedereen ook nog eens voortdurend zijn handen ontsmet. Het blijft onnatuurlijk en tegelijkertijd voel ik een soort afkeer als ik in oude documentaires grote bijeenkomsten zie waar iedereen zeer dicht op elkaar stond. Hoe hebben we dat zo kunnen doen al die jaren? Al die bacillen, aerosols en wat niet meer die samen een dans uitvoerden om ons heen! Wordt alles ooit nog zoals toen? Zo onbezorgd?

En dan dit: regelmatig hebben ik of mijn man één dag corona. Als we even een keelpijntje hebben of twee keer achter elkaar moeten niezen, denken we dat het begonnen is. Idem bij onze kat. De volgende dag worden we dan wakker, kijken elkaar aan en een van de eerste dingen die we zeggen is ‘Mijn corona is weer over.’ En dan lachen we. Mijn man heeft soms zelfs avondcorona. Opeens heeft hij een ongelooflijke spierpijn en dan denken we gelijk dat dit ‘het begin van het einde’ is, maar de volgende ochtend is hij steevast hersteld. Ik besef dat dit geen dingen zijn om grapjes over te maken, met mensen die hier daadwerkelijk weken aan lijden of, erger nog, eraan overlijden. Ik beschrijf alleen onze rare angstgevoelens soms en hoe vreemd de wereld momenteel is.

Maar ik zie ook leuke dingen. Ik zag twee Surinaams-Nederlandse vrouwen die elkaar vrolijk met hun voet tegen elkaar begroetten. Het zag er heel natuurlijk en gezellig uit. En bij de serviceflat vlak bij mijn huis zie ik al gedurende de hele coronatijd twee oude mensen met rollators die elke dag samen een wandeling maken (zie foto’s). Dat mochten zij gelukkig nog, omdat ze in een serviceflat woonden en niet in een bejaardentehuis. Tijdens de wandeling kletsten ze geanimeerd. Het was duidelijk hun enige uitje van de dag. Als ze echter de flat naderden, gingen ze apart achter elkaar lopen en volgens een zelfverzonnen afspraak ging de man steeds bij de eerste afslag naar rechts en de vrouw pas na de bloemen bij de tweede afslag, die naar dezelfde entreedeur leidde. Elke keer vroeg ik me af wat hierachter zat: was het zodat ze elkaar niet in de weg zouden lopen bij de deur en extra kans op besmetting ontliepen? Of hadden ze een geheime relatie en dachten ze dat niemand zo zou merken dat ze samen op pad waren geweest?

 

 

Het was in elk geval fijn om ook nog oudere mensen regelmatig te zien, die blijkbaar niet geveld waren door het virus. Zo zag ik ook regelmatig een oudere man met hoed en hond lopen (zie andere foto’s). Ook zag ik uit mijn raam regelmatig mensen social distancing-gesprekken voeren. Hoewel de afstand niet altijd echt 1.5m lijkt, doen ze in elk geval hun best!

 

 

En dan tot slot: de dieren. Want het verhaal gaat nog verder! Ilja Leonard Pfeiffer schreef in de NRC dat in de coronaperiode een klein reekalfje een verfrissend bad had genomen aan de kust bij het verlaten strand van Camogli en ook dat er bij het station van Brignole een familie wilde zwijnen gezien was (zie foto’s). Helaas heeft het kalfje het niet overleefd, omdat hij in angst wegvluchtte toen hij ontdekt werd en toen ergens vanaf viel. Maar het beeld geeft wel een gevoel van vrijheid.

 

 

En ook hier thuis zag ik iets moois: een vos die gewoon over onze parkeerplaats liep. De foto laat te wensen over, maar je ziet nog net zijn staart verdwijnen!

 

IMG_1405

 

Dit was het dan denk ik wat betreft de plotseling te verschijnen dieren, aangezien de lockdown nu min of meer over is. In mijn eigen leven gaat er veel veranderen de komende tijd, want mijn baan houdt op over drie dagen en ik ga dus weer solliciteren. In elk geval een tijd voor nieuwe ontdekkingen!

 

social distancing Rotterdam 2 juni

Social distancing in Rotterdam

Dieren op drift…

Aan de vooravond van allerlei versoepelingen, schrijf ik mijn derde coronablog. Twee maanden geleden schreef ik in mijn blog over mijn objectieve observatie dat het stiller was geworden in huis, qua geluidsniveau. Ook vroeg ik mij in diezelfde blog af of er door die extra stilte in de wereld misschien allerlei dieren tevoorschijn zouden komen die je normaal niet zo gauw ziet. Sindsdien zijn er allerlei mensen voor mij aan het werk gegaan, zonder dat ze dit zelf beseften.

In de NRC stond dat het geluidsniveau in Nederland inderdaad met 3 decibel is gedaald. “Het lijkt een kleine daling”, zegt de directeur van de Nederlandse Stichting Geluidshinder, Erik Roelofsen, maar “de decibel is een verhouding op een logaritmische schaal (…) De afname van 3 decibel betekent dat het geluidsniveau is gehalveerd.”

Dit is dus een groot verschil en in het artikel vertelt een slechthorende vrouw hoe ze voor het eerst van haar leven de vogels in haar buurt hoorde fluiten. Ze maakte direct een opname om hier nog lang van na te kunnen genieten.

 

IMG_0927

kinderen mogen weer buiten sporten en hoeven geen afstand te houden

 

Hoewel er in Nederland tijdens de lockdown geen avondklok is, zoals in sommige andere landen, is het in onze buurt wel nagenoeg uitgestorven op straat na 20.00u, zodat ik mijn pre-nachtelijke wandelingen flink vervroegd heb naar het eind van de middag. Toch iets veiliger nog zo een beetje onder de mensen, ook al mag je ze niet te dicht raken. Een soort imaginaire avondklok hebben we dus zeker.

En wat te denken van de dieren?

Ook dit werd door iemand uitgezocht. Socioloog en schrijver Mohammed Benzakour schreef dat er in Nederland een haas gezien is midden op een leeg plein en een reebok in een speeltuin. Ook blijken er flamingo’s te zitten in de IJssel bij Zwolle, maar die waren er ook al eens eerder. Wel hoorde hij ook geruchten over herten in een Parijse banlieue, dolfijnen in het Nationaal park Calanques bij Marseille en over wilde zwijnen die langs de boulevards in Corsica liepen. Bewoners rondom Schiphol schijnen opeens veldkrekels en mezen te horen, in plaats van vliegtuigmotoren. Ter illustratie van Benzakours artikel wordt een vos getoond, die op een skateboardbaan staat in de (mij onbekende) Israëlische stad Ashkelon.

Zoals jullie hoorden waren er ook wolven in Nederland deze weken, niet alleen in Brabant, maar ook in de Vijfheerenlanden (Utrecht). Of was het er toch maar één, die zich verplaatste? In elk geval maken zij het zichzelf niet zo makkelijk (of eigenlijk juist té), dus ik weet niet of dit blijvertjes zullen zijn. Tot slot las ik nog op Facebook (dank je wel, Esther!) dat er ook in Barcelona wilde zwijnen door de straten lopen, en dolfijnen in de havens de mensen komen groeten, voor zover die nog mogen rondlopen.

Nou, genoeg denk ik nu over wat men zoal (voor mij ?) ontdekte. Wij staan nu aan het begin van wat Rutte op Radio 1 de ‘intelligente unlocking van de lockdown’ noemde. De hemelsblauwe luchten die wij de afgelopen weken zagen, zullen langzaam weer bevederd worden met vliegtuigstrepen. Het verkeer zal weer toenemen. De dieren zullen eerst nog wat aarzelen en een oog optrekken nu hun pas verworven leefruimte weer verstoord wordt, en zich daarna weer terugtrekken.

 

IMG_1096

 

Ikzelf moest de laatste weken nog heviger laveren dan anders. Waar ik eerst al van links naar rechts moest zwalken om mijn tegenliggers te ontwijken, staan er nu ook nog eens overal ladders, die sommige stoepen totaal blokkeren. Werkelijk iedereen is aan het klussen, en omdat ik uit gewoonte nooit ónder een ladder door loop, moet ik overal omtrekkende bewegingen omheen maken. Vanwege een uitstekende scherpe plank (die verstopt was onder een bouwzeil) kostte mij dat al een levensgrote blauwe plek op mijn been. Die heeft ondertussen al alle kleuren vertoond en is inmiddels aan het verdwijnen.

 

IMG_0377

 

 

Mijn actieradius was (desondanks!) klein de laatste maanden. Nog nooit was ik zo lang alleen maar in Den Haag. Ik ben een reiziger en gewend om heel veel op pad te zijn. Dat geeft mij ook ontspanning, omdat ik tijdens het reizen lees, denk en reflecteer. In de VPRO-gids las ik een mooi woord voor wat ik de laatste maanden sterk voel: treinwee.

Vanmorgen deed ik een spannende aankoop die mijn actieradius wat zal vergroten en waarvan ik eigenlijk dacht dat ik die pas als bejaarde vrouw eens zou kopen: een e-bike. Hiermee kan ik trein en tram wat vermijden (en moet ik maar af en toe stoppen om te lezen, denken en reflecteren?) en ondertussen met minder risico langs mijn ouders en naar wat verder gelegen natuurgebieden. Ik verheug mij zeer en hoop ondertussen dat de actieradius van COVID19 steeds meer zal slinken en dat wij en onze geliefden zoveel mogelijk gezond blijven. Musea, theaters en filmhuizen gaan het ook weer proberen. Iedereen gaat het weer proberen. Laten we hopen dat het goed blijft gaan. En dat de wereld zichzelf iets anders zal gaan herinrichten. Bedachtzamer? Aandachtiger?

 

IMG_0909

Dweilpauze of blessuretijd?

Om maar meteen met het eerste te beginnen dat mij opviel: het lijkt of corona het ideale excuus is om geen hondenpoep meer op te rapen. In de Componistenbuurt in Den Haag worden alle niet opgeraapte hondendrollen door geïrriteerde bewoners met neonverf bespoten, zodat ze extra opvallen. Dat is in deze periode dus een nog kleurrijker schouwspel dan anders. In mijn eigen buurt wordt er met stoepkrijt een cirkel gezet rond elke drol. Het stippenpatroon breidt zich ook hier drastisch uit.

Het is nu een maand na mijn vorige blog en inmiddels zijn we aardig gewend aan onze intelligente lockdown. In de supermarkt zijn de schappen weer bijna vol en het is best bijzonder om op de social media iets te beleven en te kunnen delen dat door mensen in de hele wereld direct begrepen wordt, zonder uitleg. Voor mij is dit in elk geval de eerste keer.

 

opstopping

 

De stilte waar ik vorige maand over schreef is nog onveranderd, hoewel er na de bekendmaking dat de scholen weer open zouden gaan wel weer meteen meer verkeer en geloop was. Mensen lijken alvast een voorschot op de versoepeling van de maatregelen te nemen. Verder zijn er in deze periode interessante fenomenen aan de gang, zoals bijvoorbeeld sportradio zonder sport. In deze vorm van radio spreken sporters en organisatoren herhaaldelijk en tot in den treure hun teleurstelling uit over evenementen en wedstrijden die niet doorgaan.

Er zijn ook leuke initiatieven, zoals vandaag op Koningsdag de actie #koningsboek op Twitter, om toch nog het idee van een vrijmarkt te hebben waar je op kleedjes verrassende boeken tegenkomt. Ook hebben de stoepkrijttekeningen zich door de hele stad uitgebreid en zullen ze nog node gemist worden straks, als de kinderen weer naar school gaan.

 

 

Na mijn vorige blog moest ik nog denken aan Joost Zwagerman die bij zijn laatste tentoonstelling in Bergen schreef dat stilte een onderschatte levensvoorwaarde was. “Wanneer ervaar jij stilte?” vroeg zijn (inmiddels) overleden geest aan de bezoekers. De antwoorden hingen aan een soort boom en varieerden van ‘Canto ostinato’ en ‘Bach’ tot ‘het zijn met een hele goede vriend’. Dat laatste mis ik nu het meeste en nu pas kan ik me goed indenken waarom iemand antwoordde dat het zijn met een goede vriend stilte betekende. Het geeft een warm vertrouwen dat zich in je nestelt als je bij iemand helemaal jezelf kunt zijn en al je enthousiasme kunt uiten. Al je stiltes en twijfels. Als iemand in één oogopslag kan zien hoe jij ervoor staat en ook met één glimlach kan maken dat je weer meer vertrouwen voelt.

Dat moet nu allemaal even wachten nu we niet met de trein kunnen reizen.

 

 

Ik vond het ongelooflijk om te zien hoe snel bepaalde winkels zich hadden omgebouwd van open gemeenschappen tot plekken met tussenschotten. We hadden sowieso een ongelooflijk jaar, eerst de protesten met de tractoren en vrachtwagens in Den Haag, toen alle stormen en nu dít! Mijn ouders met hun al veel langere leven dan ik weten ook niet wat ze meemaken. Het is ongekend om niet naar elkaar toe te kunnen reizen en elkaar niet te kunnen omhelzen.

Mijn man noemde deze periode de ‘dweilpauze’ van het leven. Dat vond ik een mooie omschrijving, omdat iedereen in de wachtstand is. Alleen lijkt het er nu steeds meer op dat we nog veel langer een 1.5 meter-samenleving gaan krijgen en zal iedereen moeten wennen aan ‘het nieuwe normaal’. Omdat ik altijd nieuwsgierig ben, maakte ik alvast wat foto’s van de social distancing in mijn buurt. Twee oude mensen die een geanimeerd gesprek voeren: je voelt de genegenheid tussen hen. Twee anderen die een knuffel op afstand uitvoeren nadat ze een tijd in de zon voor een van hun huizen zaten. De wachtrij bij de Indische toko krijg ik niet goed op de foto, maar leuk om te zien is hoe bij elke nieuwe persoon de daar al staande personen zich weer proberen te herschikken in nieuwe geometrische figuren, met steeds een afstand van 1.5m tussen de hoeken.

 

 

Overal zie ik dingen tijdens mijn ‘ommetje’ en zo ontdekte ik laatst twee vrouwen op leeftijd die bijna met hun hele lichaam in een container bij het tuincentrum verdwenen, terwijl ze daarin aan het graaien waren. Het blijkt dat daar planten en bloemen in gegooid worden die niet meer verkoopbaar zijn en de vrouwen waren die dus aan het verzamelen. Ik moest meteen denken aan Les glaneurs et la glaneuse, een prachtige film van de onlangs overleden Agnès Varda over mensen die overtollige etensresten bij elkaar rapen, zoals aardappelen met vreemde vormen.

 

 

In De Groene las ik dat de wereld niet in dweilpauze is, maar eigenlijk in blessuretijd. Dat we dit virus als het ware over onszelf hebben afgeroepen, omdat het vele aantal verplaatsingen en de ontginning van de natuur eigenlijk biologisch gezien gewoon niet meer houdbaar waren. En dat het daarom vooral nú belangrijk is om goede economische keuzes te maken in het post-coronatijdperk en te allen tijde te blijven voldoen aan de klimaatdoeleinden. Anders zullen we aan die bovengrens van het maximaal houdbare blijven functioneren, met natuurlijk kans op nieuwe rampen.

Zo hebben we de sport zonder sport dus toch nog nodig om de wereld te (proberen te) verklaren! De tijd zal het leren…

 

het nieuwe normaal

Het nieuwe normaal

20200414_151718

Stil

IMG_8738

Elke avond luister ik tijdens het afwassen naar Het Oog op NPO Radio 1. De laatste paar avonden kon ik de volumeknop 3 tikjes zachter zetten, van 23 naar 20. Ik vroeg mij vrolijk af of mijn gehoor misschien beter geworden was (ik had de laatste jaren nogal eens last van dichte oren), totdat ik besefte dat dit natuurlijk door de coronamaatregelen komt. Er is, en zeker ’s avonds, gewoon veel minder omgevingslawaai! Er rijden minder auto’s, minder trams, minder brommers, er is minder gepraat op straat. Het leven is daadwerkelijk stiller geworden.

Zou de radio nu overdag ook minder luid aan hoeven? Ik nam de proef op de som. Het bleek dat ik nu overdag op ‘avond-niveau’ naar de radio kon luisteren, 23 in plaats van 27/28! Zou al die stilte ook nog iets goeds brengen aan onze soms overprikkelde hersenen? En zouden er nu door die lange stilte ook allerlei dieren tevoorschijn komen, die je normaal niet ziet?

Wat als er een echte lock-down komt?

Kunnen wij al die stilte in de wereld wel aan? En zullen de klimaatdoeleinden dan als vanzelf gehaald worden?

Gelukkig mag ik nu nog wandelen en maak ik elke namiddag een ‘ommetje’, zoals Rutte en de zijnen het noemden. Zij vonden dat je dingen die voor jou van levensbehoefte waren, nog wel moest kunnen doen. Dat mijn ommetje een uur duurt vertel ik ze maar niet.

Tijdens mijn ommetje zie ik allerlei dingen, zoals verschillende mannen die in hun auto’s met hun laptops op het stuur aan het werken zijn. Dat is waarschijnlijk rustiger dan binnen bij de kinderen. Ik zie politieagenten hun dagelijkse avondmaaltijd kopen bij de Indische Toko, maar dat doen ze normaal ook, want ik zie ze daar altijd. Op de stoep hebben kinderen stoepkrijtboodschappen gemaakt voor hun opa’s en oma’s die ze nu tijdelijk niet kunnen zien, en voor hun juffen en meesters. Ik zie Sanquin, de bloedbank, die ex-coronapatiënten heeft gevraagd hun bloed te doneren, zodat ze de antistoffen kunnen onderzoeken. Ik denk me in dat iedereen die daar naar binnen gaat een ex-coronapatiënt is en vraag me af in hoeverre ze toch nog besmettelijk zijn. Ik zie trouwens helemaal niemand naar binnen gaan.

Ik zie mensen klussen en werken in hun volkstuintjes. Het is een vreemde tijd van aandacht voor dingen hebben en tegelijkertijd angst om je geliefden kwijt te raken.

Ik omzeil allerlei mensen. Al vanuit de verte houden anderen rekening met mij en andersom. Ze steken alvast de straat over met hun honden of gaan helemaal tegen de muur aan lopen en ik helemaal op de stoeprand. Het voelt vreemd en onnatuurlijk om mensen zo uit de weg te gaan, alsof iedereen nu je vijand is. Gelukkig lachen we vriendelijk naar elkaar.

Ook tijdens het fietsen is elk fietspaaltje opeens een onvermoede besmettingshaard. Normaal is dat waarschijnlijk ook al zo, maar dan niet met een dodelijk virus (althans, ik hoop van niet). Overleven de coronadeeltjes ook op de handschoenen die ik draag?

De meeste mensen die ik zie zijn wel vrolijker en ontspannener dan normaal, ondanks deze vreemde tijden. Ouders spelen verstoppertje met hun kinderen. Een man in het bos wenst mij een fijne dag.

Als ik in de supermarkt loop denk ik me voor het eerst in hoe het moet zijn als het oorlog is. Midden in het vak waar normaal groente hoort te liggen, ligt helemaal in zijn eentje 1 groene paprika. Ik pak die paprika en graai nog wat andere dingen bijeen die ik normaal nooit samen zou eten. Maar nu zijn het andere tijden. Nu moeten we gewoon eten wat er nog is.

We weten eigenlijk niet precies hoe lang het nog gaat duren en of deze maatregelen zullen helpen om de curve echt af te zwakken. En of, als het virus misschien bedwongen is in de zomer, het niet gewoon in de herfst weer zal oplaaien, zoals ik las over de Spaanse griep in 1918/1919.

Vanavond zal ik weer radio luisteren en weet ik niet of mijn gedaalde volume stilte voor de storm is of dat het allemaal nog een beetje goed zal komen met ons en al onze geliefden. Een opeens enge wereld, maar toch brengt het ook veel bijzondere dingen met zich mee. Hoe zal de wereld zijn, na de corona?

IMG_8509

Tegenover de ingang van het LUMC ziekenhuis in Leiden

Koschka wordt gekamd

Koschka wordt gekamd. (Daar hebben we nu opeens tijd voor!)

Groene

Het hobbelpaard (pre-nachtelijke tochten)

IMG_3390

Een gewone woonwijk. Voortuintjes met bakstenen paaltjes op de uiteinden. Opeens verschijnt er een poes. Rood gestreept met een belletje om zijn nek. De poes vindt mij aardig en besluit om met mij mee te lopen. Niet over de stoep. Nee, hij springt van paaltje naar paaltje. Soms best acrobatische sprongen. Het ziet er gezellig uit (en klinkt ook rammelend gezellig). Alleen ga ik me langzaam zorgen maken hoe lang dit beestje mij zal blijven volgen en of hij zijn baasjes daarna nog wel zal vinden… Maar net op dat moment kom ik bij een straathoek en dan blijkt de poes toch zijn domein te kennen en kijkt me speels na.

Bij terugkomst van mijn wandeling herhaalt het hele tafereel zich de andere kant op, en ook bij de andere straathoek, een drukke weg, weet de poes maat te houden. Wat een discipline. Zo heb ik dus opeens weer een avondpoes als vriendje. Zou hij nog terugkomen?

Een andere dag. Ik liep mijn oude vertrouwde rondje door avondlijk Den Haag en al van ver zag ik dat er weer eens een hele huisraad buiten stond, klaar om opgehaald te worden door de grofvuilwagen. Ik bekeek met aandacht alle objecten en concludeerde dat dit enkel van een heel oude man of vrouw kon zijn. Werkelijk alles had de kleuren kastanjebruin, donkerrood, beige of eikenhoutbruin. Er stond een leren fauteuil met op de zitting een soort donkerrood fluwelen kleedje. Er lagen twee opgerolde, haast verweerde tapijten met een touwtje eromheen. Er stond een stofzuiger, een emmer met daarin een opgevouwen tuinslang en tot slot een houten plank met daarop een bruin gestreept matras. Het leek haast een soort brits. Het zag er heel spartaans uit. Voor een oude man of vrouw was het waarschijnlijk voldoende. Hij/zij wist niet beter. Voor ons zou het armoe zijn. Waren dit alle objecten die de familie niet meer gewild had? Te vies, te verweerd?

Ik liep verder en zag bij de nieuwe slager staan dat ik daar (als het niet bijna nacht geweest was) een pikant Oosters kippetje kon kopen, in braadzak.

Enkele dagen later. Het stormt en in mijn oren hoor ik Sixto Rodriguez zingen over de nacht. The moon is hanging in the purple sky. Ik zie nooit een paarse lucht. Wel andere dingen. In het lantaarnlicht, naast een hoopje planken en een verzakt matras (wederom), staat opeens een hobbelpaard. Hij is van bruin pluchen materiaal, met een soort leren zitting. Zijn zwarte kraalogen glimmen in de nacht. Hoe kan je zoiets nu op straat zetten?

IMG_3034

Ik had geen camera bij me. Ik moest nog een half uur naar huis lopen, de volgende dag werken, het waaide hard en zou gaan onweren etc. Toch ging ik natuurlijk terug, met fiets en camera. Zo snel als ik kon fietste ik door de wind en zag net als vaak de vrachtwagen van Sanquin zich klaarmaken voor de nachtelijke tocht. Zou het paard er nog zijn?

IMG_3396

Toen ik aankwam was het paard omgevallen. Maar hij was er nog. Ik zette hem rechtop en zag dat er in de 40 minuten dat ik niet op deze plek geweest was nog allerlei dingen bij de stort gelegd waren: een auto-kinderzitje, een fondue-stel, een wasrek en een krabpaal met luipaardprint. Het hobbelpaard wiegde ondertussen in de wind. Zijn beige staart zwiepte heen en weer. Ik maakte foto’s, twijfelde of ik hem mee zou nemen (NEE!) en toen viel hij weer om. Hij was maar heel licht.

IMG_3041

Ik zette hem nog 1x rechtop. En ging.

Zouden de vuilnismannen het over hun hart verkregen hebben om dat hobbelpaard in de vergruizer te gooien? Nee toch? Ik beeld me in dat ze hem in hun cabine gezet hebben en dat hij nu door het land rijdt, vol vreugde.

IMG_3038

Online/offline

 

IMG_7989

Ik heb doorgaans veel momenten nodig om tot mezelf te komen, om de drukte van de dag te verwerken. Omdat ik die momenten vaak in de natuur doorbreng of al lezend, beleef ik best intense dingen, in de echte wereld of op papier. Dat zijn soms de meest wezenlijke dingen die ik meemaak in mijn leven en af en toe deel ik die online. Op Facebook zet ik mijn fotoverhalen neer, zodat mensen mee kunnen reizen. Op Goodreads schrijf ik recensies van boeken die me raken. Op Flickr plaats ik mijn natuur- en kunstfoto’s, zodat al die mooie tentoonstellingen ook gedocumenteerd zijn voor later en de dieren gedetermineerd en doorzoekbaar. Op Twitter zet ik sinds kort mijn indrukken van de Nederlandse natuur, in woord en beeld. Dit zijn dus mijn diepste gevoelens, al hebben veel andere mensen dat helemaal niet door. Wel merk ik tegenwoordig dat mensen die geen social media hebben eigenlijk een essentieel deel van mij missen. Betekent dit dat ik deels online leef?

De indrukken doe ik echter altijd offline op, in musea, in bioscoopzalen, tijdens wandelingen en in boeken en kranten. Ik ontspan dus offline, maar heb wel een behoefte om mijn belevingen te delen. Vanwaar die behoefte? Omdat het leven anders maar eenzamig is, als je niet kunt vertellen over wat je bezighoudt? Maar je kunt het toch aan jezelf vertellen? Of aan je meest naaste vrienden en familie. Maar die hebben weer een heel andere belevingswereld en delen lang niet altijd jouw vreugde. Op internet vind je gaandeweg mensen die precies geïnteresseerd zijn in dezelfde dingen als jij en waarvan je weet dat ze zich net zo zullen verheugen of verbazen. Je weet soms zelfs al welke mensen extra blij zullen zijn met bepaalde dingen. Zijn dat dan digitale vrienden? En hoe verhouden die zich tot je echte vrienden? En: wat moet je nog bespreken met vrienden die zich nauwelijks online bewegen? Ik merk in elk geval een bepaalde stroefheid de laatste tijd met mensen waarmee ik digitaal niks deel. Ik reken dat overigens mezelf aan, want ik zou dus juist extra enthousiast over dingen kunnen vertellen, maar het blijkt dan opeens teveel tegelijk te zijn, terwijl je met anderen vaak ‘inhaakt’ op dingen die je al online met elkaar deelde.

Dat inhaken was een jaar of tien terug vaak nog heel vervelend. Dan sprak je iemand en vroeg heel geïnteresseerd hoe bijvoorbeeld zijn/haar vakantie geweest was en dan kreeg je als antwoord een halve snauw: dat heb ik toch al op Facebook/Hyves gezet! Het gesprek stokte dan een beetje (want zijn foto’s hetzelfde als ervaringen?) en daarna vond je weer een modus en sprak weer verder. Tegenwoordig is de digitale wereld zo alomtegenwoordig, wordt er op tv/radio en in kranten zo vaak naar social media verwezen – wordt zelfs de politiek deels op Twitter gevoerd – dat als je dit allemaal niet volgt, je toch voelt dat dingen een beetje langs je heen gaan. Ook zijn er nu zoveel verschillende social media (ook waar ik niet op zit) dat het in gesprekken schijnbaar niet meer genegeerd kan worden, en juist handig is als je erop door kunt gaan.

Vroeger ontmoette je wel eens mensen, op vakantie bijvoorbeeld, en die gaven je dan een vodje papier met hun adresgegevens erop. Meer dan eens raakte je dit meteen of op den duur kwijt en dan was je die persoon vaak ook echt kwijt. Af en toe kwam hij dan nog even opleven in je gedachten en je probeerde je te herinneren hoe hij/zij ook alweer heette. Je probeerde je in te beelden hoe hij/zij liep en bewoog, lachte. Je voerde op het (toen net bestaande) internet wat zoektermen in, voornaam, land, soms stad, beroep. Meestal leverde dit allerlei personen op, maar niet degene die je zocht. Voorgoed verdwenen. Langzaam vervagend. Zulk soort dingen komen nu haast niet meer voor. Je ontmoet iemand en voegt hem/haar direct toe in je telefoon en op social media en vervolgens is hij/zij er voor altijd. In je hoofd komen zo een heleboel mensen samen, die allemaal de behoefte hebben om hun levens te delen. Het wordt een veelheid aan ervaringen, die je allemaal moet blijven bevatten. Gelukkig zijn onze moderne hoofden in toenemende mate flexibel. Wonderlijk eigenlijk. We bewegen mee met de digitale wereld en snelheid. En als we dit even niet willen, of kunnen, gaan we offline.

IMG_8041

Een goed gecamoufleerde sprinkhaan: de nimf van een sikkelsprinkhaan

De pampering van de samenleving

zandstorm2

De laatste jaren is er in Nederland een tendens om dingen zoveel mogelijk te verkleuteren. In de Haagse tram wordt al sinds 2011 het volgende omgeroepen:

‘Vergeet niet uit te checken met uw OV-chipkaart, wanneer u uitstapt.’

De redundantie is hier echt tergend, temeer daar dit élke drie haltes wordt omgeroepen, al acht jaar lang! Waarmee dachten ze dat mensen allemaal zouden gaan proberen uit te checken. Met hun bankpas? Met hun air-miles-kaart? En zouden er ook mensen zijn die proberen uit te checken als ze instappen? Of midden in hun rit?

Een tijdje geleden wilde ik Hockney gaan bekijken in het Van Gogh Museum. Ik reserveerde braaf een kaartje en dacht dat het daarmee gedaan was. Maar nee, enkele dagen voor mijn bezoek kreeg ik een e-mail met daarin een welkomstvideo over welke ingang ik moest nemen bij het museum, welke route ik binnen in het museum moest lopen om de garderobe te vinden, welke regels er golden etc. Alsof mensen helemaal níets meer zelf kunnen uitzoeken en álles voorgekauwd moeten krijgen.

Ook het weeralarm dat de laatste jaren steeds vaker wordt afgegeven, begint me een beetje op de zenuwen te werken. In Den Haag werd in maart de City-Pier-City-loop afgelast vanwege het ‘verwachte’ onstuimige weer. Uiteindelijk was er die hele dag niets aan de hand en veel mensen liepen alsnog in hun eentje de halve marathon (met verwoede, maar teleurgestelde blik), waar ze maanden voor getraind hadden.

Het lijkt of Nederland alleen nog maar binnen de lijntjes wil kleuren. Risico nemen of een beetje avontuur beleven is er niet meer bij. Er lijkt verondersteld te worden dat mensen niet meer zelfredzaam zijn en dat er voor hen gedacht moet worden. Laatst kwam ik bij een ander museum en nog terwijl ik buiten stond en bezig was om mijn muziek en andere dingen in mijn tas te proppen, kwam er alweer een ‘host’ naar me toe, die vroeg wat voor soort ticket ik had, zodat hij mij kon adviseren hoe ik naar binnen moest stappen. ‘Ga weg!’ wilde ik uitschreeuwen. ‘Laat me zelf naar binnen gaan.’

Vroeger ging ik met mijn vader altijd direct met de auto naar het strand als er storm voorspeld was. We lieten ons zandstralen, samen met de hond, die zijn ogen bijna totaal dicht kneep. Nu wordt iedereen geadviseerd om binnen te blijven en rijden de treinen en bussen speciale routes bij code rood en oranje. Dit zou prima zijn, als er daarna tenminste ook daadwerkelijk iets gebeurde. Maar veelal wordt de weercode (nadat alles al ontregeld is) weer ingetrokken, omdat de verwachte weersomstandigheden onverhoopt toch niet plaatsvinden.

Momenteel lees ik het boek ‘De kunst van het verliezen’ (2017) over drie generaties van een Algerijnse familie. De Franse Alice Zeniter schrijft hierin dat in de geboorteregio van haar grootvader, Kabylië, dingen doorgaans niet geteld werden, omdat dit ongeluk zou brengen. Als je dingen niet precies kunt tellen, kan je ze ook niet volledig controleren. Sommige mensen uit die streek wisten toen ze in Frankrijk kwamen niet precies wat hun leeftijd was, maar alleen in welk seizoen ze geboren waren of dat ze ‘in het jaar van de bonen’ geboren werden. Ze bezagen het leven meer cyclisch dan lineair en waren gewend te leven op het ritme van de aarde. Eenmaal in Frankrijk verbaasden ze zich er dan ook over dat iedereen zomer en winter op dezelfde tijden naar zijn werk ging en dat in de supermarkt altijd hetzelfde te krijgen was. Zo was er nooit iets om naar uit te kijken. Ik vind hier wel iets in zitten en zou ervoor pleiten om ook in Nederland de invloeden van de natuur weer wat meer toe te laten.