Film top 10 van het jaar 2022

Dit jaar zag ik zo’n 88 films (ook een aantal korte hoor, want er kwamen wat mooie Nachten van de korte film op de NPO) en hieronder staan mijn absolute favorieten, waar ik nog het meeste aan terugdacht na het zien ervan:

1. Nowhere special (2020) van Uberto Pasolini

Heel aandoenlijke film waarin een alleenstaande vader een goed gezin voor zijn jonge zoontje probeert te zoeken, omdat hij binnenkort zal overlijden en dan dus niet meer voor het jongetje zal kunnen zorgen.

2. Flee (2021) van Jonas Poher Rasmussen

Mooie animatiefilm over het (waargebeurde) vluchtverhaal en het verdere leven van een Afghaanse man in Denemarken, waar hij via allerlei omwegen aankwam en daarna ook nog lang het gevoel had zijn echte identiteit te moeten verzwijgen.

3. Hytti nro 6 (2021) van Juho Kuosmanen

Een jonge vrouw reist voor onderzoek naar Moermansk, na een mislukte liefde met een docente aan de universiteit in Moskou. In haar treincoupé zit een dronken mijnwerker, die haar eerst zeer op de zenuwen werkt, maar tijdens de lange reis krijgen ze toch een bijzondere band…

4. The Velvet Queen (2021) van Marie Amiguet en Vincent Munier

Natuurfotograaf Vincent Munier en schrijver Sylvain Tesson trekken dwars door de sneeuw door het Tibetaanse Hoogland, op zoek naar glimpen van de sneeuwluipaard. Soms moeten ze uren en uren wachten in de ijzige kou, maar uiteindelijk wordt hun zoektocht beloond. Later thuis zien ze dat het goed gecamoufleerde luipaard zelf hen eigenlijk al eerder in de smiezen had, maar hij viel zo goed weg tegen de achtergrond (tegen een rotswand en achter de torenvalk op een richel) dat de avonturiers hem gewoon niet zagen! Tijdens de zoektocht komen er veel andere prachtige dieren voorbij, zoals yaks in de ochtendmist, hoefdieren, beren en vogels.

5. All that breathes (2022) van Shaunak Sen

In de drukke en vervuilde stad New Delhi hebben twee broers een roofvogelopvang in hun eigen flat, waar ze een grote hoeveelheid zwarte wouwen en enkele andere roofvogelsoorten opvangen. Zonder specifieke opleiding maar vol liefde verbinden ze hun wonden en geven ze hen te eten. Ondertussen vechten ze om subsidie te krijgen voor een meer professionele opvanglocatie.

6. Narcosis (2022) van Martijn de Jong

Door een noodlottig ongeval blijft een moeder alleen achter met haar twee kinderen in een groot huis midden in het bos. Samen en ieder voor zich proberen ze de dood van hun man en vader te verwerken. Dit gaat met veel wrijving, maar die wrijving zorgt ook voor glans op het einde.

7. Triangle of Sadness (2022) van Ruben Östlund

Hilarisch vreemde film van de maker van Turist (2014) en The Square (2017), waarin een cruise van rijkelui eerst satirisch op de hak wordt genomen en daarna letterlijk in het water valt, waarna alle rollen opeens zijn omgedraaid. Of uiteindelijk toch niet?

8. Les Olympiades (2021) van Jacques Audiard

Mooi in zwart-wit geschoten film van de maker van de gewaagde films Un prophète (2010, gevangenisdrama) en De rouille et d’Os (2012, over de liefde tussen een orkatrainster die haar benen verloor en een door het leven getekende vader met jonge zoon). In Olympiades draait het om drie jongvolwassenen die aan het verkennen zijn wat seks en relaties voor hen betekenen. En welke rol vriendschap hierbij speelt.

9. Serre moi fort (Hold me tight) (2021) van Mathieu Amalric

Een vrouw verlaat aan het begin van de film haar familie en zonder haar zien we vader, zoon en dochter verder leven. Zij zwerft ondertussen langs wegrestaurants en pubs. Of liep het verhaal toch anders en gebeurde er iets lang geleden in een berghut waar de familie met zijn allen was? Als kijker ga je langzaam steeds meer snappen.

10. Four jouneys (2021) van Louis Hothothot

Bijzondere documentaire waarin Louis Hothothot (Louis Yi Liu) zijn eigen levensverhaal vertelt, als illegaal geboren tweede kind (1986) tijdens de eenkindpolitiek in China. Als jonge twintiger vertrekt hij naar Amsterdam en als dertiger gaat hij terug om zijn ouders te confronteren met de keuzes die ze destijds maakten en hoe dit zijn leven heeft beïnvloed.

Advertentie

BOEKEN top 10 van in 2022 gelezen boeken

Het afgelopen jaar las ik 77 boeken en hieronder staat daaruit mijn weloverwogen top 10. Soms mochten er boeken samen een plekje innemen, waardoor het eigenlijk stiekem een top 15 is geworden.

1. Wachten op het Westen (Uitgeverij Prometheus, 2022) – Nausicaa Marbe

Dit boek zou ik iedereen cadeau willen doen! Wat ontzettend mooi geschreven! Getriggerd door de lockdown kwamen bij Nausicaa Marbe herinneringen naar boven aan haar jeugd in Roemenië (in de jaren ’70 en ’80) en hoe er langzaam toegewerkt werd naar haar vertrek, in haar eentje, op haar 18de, naar Europa. Dit wordt voorafgegaan door een verkennende reis door Europa met haar moeder, die als bekend musicus vrij gemakkelijk aan een paspoort kan komen en overal in Europa vrienden heeft, waar zij en Nausicaa kunnen slapen. In Wenen bemerkt Marbe dat iedereen fris ruikt, zich ongedwongen gedraagt en bovendien dat het ritme van het Westen amper bij te houden is: ‘Niemand aarzelde, niemand werd iets geweigerd, geen persoon treuzelde, razendsnel werd alles geregeld wat geregeld moest worden. De polsslag van deze vrije wereld was snel, die moest je kunnen bijbenen. Iedereen had de timing in de smiezen, behalve ik.’ (p. 187) Na haar emigratie zal Marbe hier langzaam aan wennen en nu kennen we haar als schrijver, columnist en journalist.

2. Veranderen: methode (De Bezige Bij, 2022)  – Louis Édouard (Vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre)

Ik vond dit Édouard Louis’ beste boek tot nu toe. Het is in zekere zin een herhaling, maar ook een synthese van alle voorgaande boeken. En ook weer een voortzetting van het verhaal. En een reflectie op wat het allemaal heeft opgeleverd en ten koste waarvan dit ging. Louis schrijft terwijl hij denkt, of denkt terwijl hij schrijft, dat maakt het een mooi persoonlijk en eerlijk boek. Alleen: hoe moet het nu verder? Het verhaal over zijn jeugd in armoede en volwassenwording is nu wel verteld. Nu worstelt hij om een nieuwe definitieve plek te vinden, in plaats van het eeuwige gevecht om zich te onttrekken aan alles wat hij eerder was, of niet was. Ik ben benieuwd wat het zwaartepunt van zijn volgende boeken gaat worden en hoop dat hij zijn levensvreugde weer hervindt.

3. Niemandsland (Unieboek/Het Spectrum, 2021) – Adwin de Kluyver / Het huis aan het einde (Thomas Rap, 2022) – Irwan Droog

Deze boeken zitten samen in mijn gedachten, omdat ze beide over erg koude bestemmingen gingen, dus mogen ze samen op plek 3.

In Niemandsland neemt schrijver en historicus Adwin de Kluyver de lezer mee op ontdekkingsreis naar de Zuidpool. Hij illustreerde het boek met hele mooie zwart-wit foto’s (wat natuurlijk goed werkt bij foto’s van Antarctica!). Ik moest even inkomen in de structuur – steeds eigen reisnotities afgewisseld met verhalen over andere poolexpedities – maar toen ik erin gekomen was, zat ik er ook helemaal in en werkte juist die afwisselende structuur heel goed, omdat je zo kunt zien hoe geografische plekken die genoemd worden in de oudere verhalen in het heden gebruikt en bereikt worden. En ook hoe het wegens klimaatveranderingen hiermee gaat. Adwin de Kluyver heeft zich voor dit boek heel uitgebreid ingelezen (te zien aan de mooie thematische bibliografie) en de verschillende expedities daarna spannend in een soort roman-vorm opgeschreven. Achterin staat ook nog eens een zeer nuttige index, waarin zelfs alle elf pinguïnsoorten die in het boek voorkomen zijn uitgesplitst. Kortom, alles is tot in de puntjes verzorgd (zie ook alleen al de voorkant!) en dat de schrijver door de coronamaatregelen uiteindelijk niet naar Japan kon om meer over de ontdekkingsreiziger Shirase uit te zoeken, doet aan dit boek geen afbreuk.

Irwan Droog beschrijft in Het huis aan het einde het leven op het afgelegen Noorse eiland Selvaer, waar hij met zijn vriendin naartoe is geëmigreerd. Samen onderzoeken ze of ze er willen blijven of niet. Irwan laat zien hoe welkom hij en zijn vriendin zich voelen en hoe ze langzaam sociale structuren opbouwen. Hij portretteert veel van de eilanders op liefdevolle wijze en je krijgt veel zin om zelf ook een water- en winddichte Selvaer-suit aan te trekken en te genieten van het bijzondere leven op dat eiland in de poolcirkel, waar eiderdons van eidereenden nog bewerkt wordt en de visvangst en weersomstandigheden een groot deel van het levensritme bepalen.

4. Schemerleven (De Geus, 2022)/ Zomervacht (De Geus, 2018)/ Zwijgmannen (De Geus, 2021)/ Biografie van een vlieg (Loopvis, 2021) – Jaap Robben

Dit jaar las ik maar liefst vier boeken van Jaap Robben, die allemaal even goed waren. Wat een prachtige schrijver is dit. Zijn taalgebruik is sober en doeltreffend. Na vooronderzoek kan hij zich volledig inleven in hele verschillende milieus en situaties en je ziet alles totaal voor je gebeuren. Zwijgmannen is een mooie, liefdevolle beschrijving van Poolse werkmannen in Duitsland en hun manier van doen en leven. (Ook mooi geïllustreerd door Jan Hamstra). Zomervacht vertelt een verhaal over een jongen met een zwaar gehandicapte broer en een moeilijke vader. Biografie van een vlieg spreekt voor zich (en is voorzien van sprekende illustraties door Paul Faassen) en in Schemerleven portretteert Robben een vrouw op leeftijd en haar herinneringen aan een bijzondere liefde en wat daar allemaal uit voortkwam.

5. Kijken door een sleutelgat: dagboeken en herinneringen (De Arbeiderspers, 2022) – Roger Martin du Gard. (Vertaald door Anneke Alderlieste)

Drie maanden deed ik over dit prachtige boek, en gelukkig, want zo was het lang bij mij. Ik vond het bijna net zo boeiend als De wereld van gisteren van Stefan Zweig en het vertoont er ook wel analogieën mee. Het is soms net zo beangstigend als dat boek, vooral als je leest wat voor sentimenten er allemaal (al) leefden rond het jaar 1934. In brieven aan zeer goede vrienden lezen we de gevoelens van Roger Martin du Gard (RMG) over de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Hij is een weldenkend mens en een toegewijde werker, en zijn gevoelige en teruggetrokken aard is soms erg in de war door alles wat er speelt, en de vrienden die hij verliest. De wisselwerking tussen de grote interesse in mensen en hun gedrag en de behoefte om alleen te zijn is een van de mooiste dingen van Kijken door een sleutelgat. Naast het manifesteren van het introverte karakter van RMG gedurende de woelige eerste helft van de 20ste eeuw, is het andere boeiende aspect van dit boek de hele ontstaansgeschiedenis van Les Thibaults, zijn levenswerk. Je ziet hoe hij eindeloos nadenkt over de vorm die hij het moet geven en eindeloos schaaft aan het vloeiend lopende taalgebruik ervan. Dat leverde uiteindelijk twee geweldig goed geschreven boeken op, die ik aan het begin van de coronaperiode las.

6. Charles Donker – Altijd kijken (THOTH, 2021) – Gijsbert van der Wal/Jan Piet Filedt Kok/Ger Luijten

Deze maand overleed Ger Luijten (1956-2022), die de pracht van kunst op papier vanaf 2010 bij de Fondation Custodia in Parijs onder de aandacht bracht. Ter gelegenheid van de tentoonstellingen verschenen mooi gedrukte boeken, deels geschreven door Gijsbert van der Wal, waaronder deze over Charles Donker. Twee mooie gesprekken werden vastgelegd. In een tijdsbestek van vijf jaar (2015 en 2020) zie je hierin hoe de kunstenaar zich, na een leven lang de natuur in beeld gebracht te hebben, nu wat meer concentreert op dingen binnenshuis en dan vooral op zijn eigen portretten. Dit ook noodgedwongen, doordat hij wat ouder wordt (hij werd geboren in 1940). Gijsbert haalt in zijn teksten de kunstenaar en al zijn gedachten heel dichtbij. Er wordt vaak gevraagd om herdrukken van oude werken en levendig wordt beschreven hoe Charles deze eerst weer een beetje moet leren kennen om daar weer iets naar zijn tevredenheid van te maken. Zo is mooi te zien hoe een kunstenaar zijn eigen oudere kunst weer herbeleeft.

7. Zee nu (Cossee, 2022) – Eva Meijer/ Staat van ontkenning (J.M. Meulenhoff, 2022) – Erik Rozing

Ook deze klimaatboeken staan min of meer samen in mijn geheugen, dus krijgen ze samen een plekje.

In Zee nu – waarin Nederland langzaam maar definitief overstroomt en onder water verdwijnt – staan echt hilarische zinnen, die me vaak aan Belcampo deden denken. Ze gaan over een fictieve overheid, fictieve ministers en een fictief koningshuis, die ondertussen natuurlijk allemaal wel trekjes hebben van onze ware vertegenwoordigers. En vaak wordt er dan nog net een absurde draai aan gegeven. Zo staat er op een gegeven moment, als er een grote storm het land over raast: ‘Ze noemden hem trouwens Mark, die storm, een kwieke, opgeruimde naam.’

Ook in Staat van ontkenning speelt het veranderende klimaat een allesbepalende rol. Het is een ‘nabije toekomst’-roman over een Nederland waarin reeds een Tweede Watersnoodramp heeft plaatsgevonden, waarin het dagelijks zo’n 40 graden is en sommige mensen er daarom voor hebben gekozen om ’s nachts te leven in plaats van overdag. Er is een constante dreiging van orkanen en stormen en personages moeten daarom belangrijke keuzes maken tussen werk en gezin. De machtsstructuren in de politiek (de vrouwelijke hoofdpersoon is vice-premier) verhogen de spanning van het verhaal en ook actuele fenomenen zoals een klimaatdepressie en radicale actievoering komen aan bod.

8. Nastja’s tranen (Atlas Contact, 2022) – Natascha Wodin (Vertaald door Anne Folkertsma)

Bijzonder verhaal over hoe een Oekraïense vrouw die in Duitsland woont, altijd tussen twee culturen en twee systemen blijft leven. Dit boek is minder persoonlijk dan de verhalen over Natascha Wodins moeder (Ze kwam uit Marioepol) en vader (Ergens in dit duister), maar toch is het een heel intiem verhaal over hoe haar eigen Oekraïense werkster toch diepe snaren raakt bij haar, omdat ze in deze vrouw haar moeder en een deel van haar eigen geschiedenis herkent. Ze worden vriendinnen, maar blijven toch ook onverenigbaar verschillend, een van de spanningselementen van het boek.

9. Geluk is een vogel (Uitgeverij Kleine Uil, 2021) – Aaldrik Pot

De bijdrages uit dit boek verschenen eerder deels (of allemaal?) in het Friesch Dagblad en zijn stuk voor stuk heel aantrekkelijk geschreven. Het zijn vrolijke, persoonlijke, informatieve en heel diverse verhalen. Bovendien zijn ze ook nog eens met originele en zeker niet flauwe humor geschreven.

10. Late dagen (Atlas Contact, 2016) – Bernard Dewulf

Wat jammer om te beseffen dat een schrijver bij wie je zoveel herkenning vindt, zo vroeg en zo plotseling overleed (in december 2021 op 61-jarige leeftijd). Gelukkig liet hij nog een laatste boek na (Jaargetijden, 2022), waarvan hij zelf niet wist dat het zijn laatste was. Om daaraan te beginnen, wilde ik wel eerst dit ‘tussenboek’ lezen, want ik had in 2016 even gemist dat er een ‘vervolg’ op Kleine dagen verschenen was. In Late Dagen staan mijmeringen, observaties, herinneringen en vooral indrukken van iemand die heel diep voelt. Zo diep dat je bijna niet verbaasd bent dat hij relatief jong stierf. Zoveel voelen lijkt bijna niet vol te houden. In Late dagen staan prachtige scènes, zoals die waarin Dewulf de ziel van de oude tuintafel beschrijft, die vervangen wordt door een nieuwe, en ook de fragmenten waarin hij vertelt over ‘grote kleine kinderen’: volwassenen die hun verwondering behouden en nog onbedaarlijk kunnen schaterlachen over dingen. Veel scènes gaan ook over Dewulf als toekijkende man, als man die niet daadwerkelijk deelneemt aan dingen en mensen benijdt die dit wel moeiteloos lijken te kunnen. En hij schrijft over zijn nachten, waarin de gesprekken van de dingen waarbij hij toekeek nog uren doorgaan in zijn hoofd. Zeer herkenbaar. Af en toe schrijft hij ook over zijn eigen dood. Zou hij toch al iets voorvoeld hebben? Dit boek vond ik uiteindelijk mooier dan zijn laatste boek, waarin vreemd genoeg ook veel herhalingen staan uit deze.

Andere Tijden

Op een koude, maar zonnige dag eind februari deed ik iets heel gewaagds.

Het zit zo dat ik al mijn hele leven veel aantekeningen maak, in boeken, kranten en opinietijdschriften. Soms gebruik ik die aantekeningen om kleine essays te schrijven, waarvan sommigen van jullie er al wel eens wat lazen. Maar vooral zamelde ik die aantekeningen in om er ‘ooit’ nog een boek van te maken, waarin ik heel veel dingen (vooral de tijdsgeest en culturele uitingen in verschillende genres) met elkaar wilde combineren.

Tot aan 2012 voerde ik al deze aantekeningen in in mijn computer, echter niet heel systematisch. Na die tijd is dit in de versloffing geraakt. Ik ging promoveren, trouwen, nieuwe banen zoeken, in die nieuwe banen werken, en zo voort. Tegelijkertijd ging ik ook meer gebruik maken van social media (FB, Twitter, Flickr) en hier mijn ervaringen delen met anderen en soms met ze in discussie. Ook ging ik podcasts luisteren, Wordfeud spelen en veel Whatsappen. Kortom, er bleef weinig tijd over om elke avond braaf al mijn gemaakte aantekeningen in te voeren.

Toen kwam de corona en hadden we opeens heel veel tijd over. Tijd waarin we anders naar theaters waren gegaan, naar films, naar vrienden, naar sport, naar andere landen en naar verre natuurgebieden. Ik rook mijn kans en nam me voor om nu écht alle stapels kranten, die zich hadden verzameld in onze kelder, allemaal in te gaan voeren. Ik kwam zelfs nog een tijdje thuis te zitten – in between jobs – en had dus nóg meer tijd, naast het zoeken naar nieuwe banen. In die gewonnen tijd heb ik samen met Stephan ons hele huis opgeruimd en mooier gemaakt met nieuwe meubels. Ook heb ik veel van mijn levensverzamelingen gesorteerd: mijn brieven en kaarten vanaf mijn jeugd, mijn verzamelde entreekaartjes voor filmhuizen/theaters/musea, mijn tickets voor treinreizen naar allerlei landen en entreekaartjes voor attracties en openbaar vervoer aldaar, mijn recepten, mijn filmposters en dan ook nog voor Stephan alle postzegels uit mijn post geknipt.

Dit was heerlijk om te doen allemaal, al is het volstrekt niet duidelijk of dit nuttige bezigheden waren. Door al dat opruimen in huis gingen er in elk geval veel dingen naar de kelder. En die kelder zat dus vol met kranten en Groene Amsterdammers. Hoeveel wist ik niet precies, maar dat ze uit alle kasten puilden was vrij duidelijk. Op een gegeven moment was er een soort grens bereikt, allerlei zakken lagen al naast de kasten, of vielen er voortdurend uit, en de kans dat ik die grote hoeveelheid kranten ooit nog ging invoeren, slonk met het jaar en zelfs met de maand. Mede omdat de tijdsgeest zo snel verandert de laatste jaren, met de corona, Black Lives Matter, het klimaat, nieuws dat snel over elkaar heen buitelt op social media, de oorlog in Oekraïne. Hoe je nog hiertoe te verhouden?

Op een dag in februari dus toch maar besloten om alles weg te gooien, mijn verleden, mijn gedachten, mijn mogelijke boek! Tijdens het ontbijt bespraken we de voor- en nadelen. Voordelen waren natuurlijk de ruimte en de rust in mijn hoofd dat ik niks meer hoefde in te voeren, nadeel was de gedachte dat het onherroepelijk was! Maar goed, de zon scheen en we gingen het doen.

We gingen naar beneden en verzamelden de Jumbo-zakken. Het bleken er 25 te zijn van de laatste zeven jaar. Op twee volgeladen fietsen togen we naar de papierbak, en daar pakte Stephan met een razende snelheid de grote pakken kranten op en liet ze verdwijnen in de gleuf. “Wacht nou, wacht nou,” riep ik, “niet zo snel. Ik moet nog afscheid nemen ervan.” Er waren andere mensen bezig oud papier weg te gooien en die keken ons erg bevreemd aan. Ik begon foto’s te maken van alles wat aan het verdwijnen was, terwijl Steef gewoon doorging met hele collecties tegelijk weggooien. Bijna met tranen in mijn ogen zag ik alles verdwijnen. Toen het weg was, voelde ik me leeg, wat was het snel gegaan, maar gelukkig hadden we nóg een lading in de kelder zitten.

Met de tweede en laatste lading kranten liepen we opnieuw naar de papierbak en opnieuw maakte ik nog laatste foto’s van al die mooie en diverse artikelen. Nu begon ik wel al wat meer vrede ermee te voelen, want wat was het ongelooflijk veel. Teveel gewoon. Toen alles in de papierbak zat, maakte ik foto’s door de gleuf van de papierbak heen. De zon scheen erdoor naar binnen en daar lag mijn verzameling. Ik stopte mijn hand in de gleuf en probeerde of ik nog dingen terug kon pakken, maar ik kon niet ver genoeg reiken. Het was dus weg. Ik wierp nog een laatste blik op de verspreide Groenes en aantekeningen en in de zon liepen we weer naar huis. Mijn levenswerk weg?

In de weken erna voelde ik geen verdriet. Ik probeerde minder aantekeningen te maken en de nieuwe Groenes en kranten gingen direct naar het Oud Papier. Hoewel, ik heb er nog wel dingen uitgescheurd. Die liggen nu op een eerste beginnende stapel…     

– The End –

(met dank ook aan Steef voor de foto’s en voor de moed die hij me schonk om alles weg te gooien).

Ontdekkingen op de vierkante (centi-)meter

Toen ik laatst bij de Bruna was, ontdekte ik dat er twee hele rekken met rouwkaarten waren, terwijl er vroeger altijd hooguit één rij hiervan was. Dan kon je kiezen tussen een paar oprechte deelnemingen met een veertje of een kaarsje en dacht je uiteindelijk: laat ik toch maar een zo neutraal mogelijke andere kaart doen. Nou ja, ik spreek nu voor mezelf natuurlijk, maar wellicht komt het bekend voor?

Ook waren er vorige week talrijke beterschapskaarten in de rekken. Blijkbaar heeft de corona veel veranderd in de kaartenverhoudingen. Geboortekaarten waren trouwens gelijk gebleven, ondanks de vele coronababy’s die er volgens mij geboren zijn. Ook kaarten voor nieuwe woningen waren niet noemenswaardig veranderd in aantal, wat je wel zou verwachten, gezien de woningcrisis. De categorie die heeft moeten inleveren, is dus waarschijnlijk die van de verjaardagen, maar daar was toch hoe dan ook een overschot van. Om jarig te worden hoef je ook werkelijk helemaal NIETS te doen. Je hoeft enkel te blijven leven. Dus ik vind het heel terecht dat er nog altijd kaarten bestaan voor nieuwe banen, pensioenen, geslaagde jongvolwassenen en huwelijken en dat de verjaardagen het hierbij moeten ontgelden.

Goed, genoeg onzin. Hoewel toch nog steeds alles wat er gebeurt langs het randje van de corona schuurt.

Onlangs was ik weer voor het eerst in het Filmhuis Den Haag, waar ze zo’n 1 ½ jaar verbouwd hadden. Ik zag weinig veranderingen en vroeg wat ze dan zo lang verbouwd hadden, maar het bleek te gaan om onzichtbare dingen, zoals bedradingen en het luchtventilatiesysteem. Toch goed! Toen de film begon, was er geen enkel reclamespotje vooraf. Ik dacht meteen dat de investeerders hierin zich hadden teruggetrokken, vanwege de lange sluiting van de filmhuizen, maar misschien is het toch gewoon een nieuw beleid, om mensen niet meer onnodig op te houden, als ze daarna toch al een lange film gaan zien (hier zou ik erg voor zijn).

De QR-code nam het laatste jaar een grote plaats in in ieder van onze levens. Zonder CoronaCheck app kwam je op sommige plekken simpelweg niet meer binnen. Maar ook op andere plekken, zoals in mijn wandelwijk, lijkt de QR-code aan een comeback begonnen te zijn, nadat hij zo’n tien jaar geleden al geïntroduceerd was en daarna een stil leven leidde. Op bijna elke poster staat er nu wel een, of het nu is voor een theaterstuk of voor een crowdfundingsactie met een medisch doel, zoals een stamceltherapie in het buitenland (zie foto’s!). Aangezien ik de mensen op de posters niet ken, voel ik me eigenlijk niet zo geneigd om bij te gaan dragen (of is dat flauw?). Ik draag al bij aan allerlei doelen die ik nuttig vind (veelal natuur, cultuur en vluchtelingen), maar ik kan me wel voorstellen dat als je die mensen zelf wél kent en ze daadwerkelijk in jouw buurt wonen, dat de betaalstap met zo’n QR-code wel snel gemaakt is. Dus dat is fijn voor die bewuste mensen!

In de NRC stond in september vorig jaar een artikel over hoe deze QR-codes nu eigenlijk zijn opgebouwd. Ik wilde hier toen gelijk al over schrijven, maar het einde van het jaar was nogal druk in mijn hoofd (wisseling van baan!). QR-code betekent Quick Response Code, voor degene die dit nog niet wisten (zoals ik). Het mooiste om te lezen vond ik dat om fouten te corrigeren, de over te brengen informatie meestal twee keer opgeslagen zit in een QR-code. Dan werkt hij nog altijd als hij bijvoorbeeld op een poster beschadigd is geraakt. Ongeveer 30% van de code mag beschadigd zijn en dan zou hij nog steeds moeten werken. Het voordeel hiervan is dat de speling in ruimte die door de foutcorrectie verkregen wordt, ook expres gebruikt kan worden door bedrijven, door hun logo in het midden van de QR-code te zetten. Immers toch niet het hele vierkant is nodig voor informatie. Wel loopt het percentage foutcorrectie dan naar beneden. Ook heel boeiend om te lezen vond ik dat in de hoeken van de QR-code een soort extra informatie zit, zoals dat in drie van de vier hoeken ALTIJD een vierkantje met een blokje erin zit. Zo herkent de camera van je telefoon direct wat de bovenkant van de code is, en dát het een QR-code is.

Andere dingen uit de buurt (want dat was vanwege de lockdowns weer eens de enige plek waar ik de laatste maanden zoal kwam!): misschien herinneren jullie je nog dat er een pand gesloten was door de politie wegens een drugsvondst. Later werd hier het groentepaleis geopend (zie in het midden). Nog geen jáár later was ook dit nieuwe pand weer dichtgeplakt. En nóg een maand later was er een delicatessenzaak verrezen. Ik ben benieuwd hoelang deze het gaat volhouden!

Verder was er een bepaalde dag, woensdag 24 november, waarop opeens iedereen zijn huisraad had buitengezet. Jullie weten dat ik dol ben op huisraad bekijken: al die kleine stukjes levens, afgedankt op straat. Heerlijk, heerlijk, heerlijk. Ik ben dus vroeg opgestaan, en al die chaotisch ofwel keurig gedeponeerde voorwerpen gaan aanschouwen: lege hamsterkooien (die zie ik vaak!), banken, tafels, stoelen, kasten, tapijten, opklapbedden… En enkele dagen later zomaar op straat (niet voor het grofvuil) een stofzuiger, een matras (want die zie ik altijd en altijd!), een lattenbodem en een oven. Die oven lag een paar dagen bij de containers, want die paste er natuurlijk niet in en niemand haalde hem op. Daarna is hij alsnog verdwenen. Het verborgen leven van voorwerpen.

Terwijl ik door de straten struinde, keken uiteraard de dieren weer toe! Tot volgende keer weer! Dan begint het leven hopelijk eindelijk weer wat grotere bewegingskringen te vertonen, want met al die regen en wind ben ik behoorlijk uitgekeken op alles hier. We hebben dan ook net een paar dagen Limburg geboekt en denken aan Frankrijk in de zomer. Voorzichtig beginnen maar!

Boeken top 10 van 2021

Normaal publiceer ik deze boeken top 10 op Facebook, met alle problemen voor de lay-out van dien, maar vandaag kwam ik op het lumineuze idee om hem gewoon op mijn blogsite te zetten. Eigenlijk zou ik dan ook alle voorgaande nog willen toevoegen (in stilte, zonder dat ze nog gepubliceerd worden), maar ik moet nog even uitvinden of dat mogelijk is. In elk geval las ik het afgelopen jaar 69 boeken en hieronder staat daarvan mijn weloverwogen top 10:

1. De atlas van overal (2021) – Deniz Kuypers

Wat een prachtig geschreven boek! Zoekend, aftastend, de lezer hierbij meenemend, en op andere momenten de lezer weer loslatend, in de vrije val die Kuypers’ verbeelding creëerde. Het perspectief verspringt steeds, waardoor het boek niet saai wordt. Het is met humor geschreven en is toch een heel serieus en diep(mee-)gevoeld verhaal.

2. Bloed en honing. Ontmoetingen op de grenzen van de Balkan (2020) – Irene van der Linde

Omdat ik zelf pas 11-18 jaar was ten tijde van de oorlogen in het voormalig Joegoslavië, heb ik dankzij dit boek pas beter begrepen wat toen (en nu!) de verschillende perspectieven waren van de Serven, Kroaten, Albanezen, Bosniërs en Bosniakken. Ook heb ik beter begrepen hoe landen als Montenegro, Kosovo en Noord-Macedonië qua bevolkingssamenstelling in elkaar zitten. Thema’s als segregatie en opkomend populisme komen ruim aan bod, maar er is ook plek voor hoop. De foto’s, die door het hele boek heen staan, zijn weergaloos mooi en dragen in grote mate bij aan de sfeer van het boek, dat prachtig is vormgegeven.

3. Schemervluchten (2020) – Helen MacDonald

Deze essays gaan lang niet alleen maar over de natuur. Wereldproblemen komen zijdelings lang (maar niet op een dwingende manier) en ook laat Helen MacDonald je heel dicht bij haarzelf komen. Je leest haar reflecties over het leven en over de moeilijkheden die ze soms had, maar het hoofdonderwerp is de natuur, in zeer veel verschillende vormen en in optimistische zin. Het gaat bijvoorbeeld lang niet alleen maar over vogels, wat de cover en titel misschien doen vermoeden, maar ook over mieren, hazen, bomen, bessen, paddenstoelen en menselijke vriendschappen.

4. De voormoeders (2021) – Suze Zijlstra

Wat een geweldig boek! Persoonlijk en daarom intiem, maar toch ook wetenschappelijk razend interessant. En heel aantrekkelijk opgeschreven. Suze Zijlstra heeft een pioniersonderzoek verricht, door zich op de vrouwelijke kant van haar familiegeschiedenis te richten, tot in de 17de eeuw. Het boek is zeer goed gestructureerd en ook het ritme loopt goed, van persoonlijke verhalen via meer geschiedkundige feiten weer terug naar het lopende verhaal. Het wordt nergens saai en in het laatste hoofdstuk zit een mooi stukje zelfreflectie en ook reflectie over de huidige tijd en hoe men nu aankijkt tegen de koloniale geschiedenis.


5. Boven is het stil (2006) – Gerbrand Bakker

Net zo’n mooie totaal-leeservaring als Over het water van H.M. van den Brink. En zelfs nog iets aandoenlijker en humoristischer. Over een paar weken verschijnt er een nieuwe roman van Gerbrand Bakker: De Kapperszoon. Ik verheug me! Zie ook https://www.tzum.info/2021/11/nieuws-langverwachte-nieuwe-roman-van-gerbrand-bakker-verschijnt-in-februari/

6. Ook mijn holocaust. Een reisverslag van 6 dagen en 35 jaar (2020) – Maurits de Bruijn

‘Ook mijn Holocaust’ is een prachtig levens- en liefdesverhaal. Levensverhaal van een moeder, haar echtgenoot en haar vier kinderen. Liefdesverhaal tussen Maurits en zijn moeder. Zijn moeder overleefde als baby als enige van haar familie de Holocaust en kwam puur bij toeval terecht in het gereformeerde dorpje Maasland, waar zij geheel ontworteld (maar dat ontdekt ze natuurlijk pas later) haar leven begon. Maurits beschrijft het familieleven en het gedrag van zijn moeder met humor, zodat het boek niet zwaar voelt. De structuur van het boek is origineel en De Bruijns literaire bijdrage aan het wetenschappelijke debat over de genetische overerving van trauma’s erg interessant.

7. Het oog van de naald (2018) – Wiesław Myśliwski

Hoewel er niet echt een duidelijke plot in dit boek zit, is het toch een spannende aaneenschakeling van kleine verhalen die blijven boeien, vooral door de schrijfstijl en de weergaloze vertaling daarvan door Karol Lesman. De verhalen gaan over de jeugd van de hoofdpersoon, een professor op de universiteit, en over reflecties op zijn studietijd en latere leven. Ik hoop – zoals elk jaar weer – nog steeds vurig dat Myśliwski eens de Nobelprijs wint voor zijn prachtige oeuvre. Dat moet wel snel gebeuren, want hij wordt dit jaar 90!

8. Brieven aan Camondo (2021) – Edmund de Waal

Met aandacht geschreven en je ziet alles voor je. Een mooi vervolg op de Haas, want met de familie Ephrussi had de familie Camondo ook banden.

9. De pest (1947) – Albert Camus

Razend interessant boek. Camus beschrijft allerlei mechanismes van de pestepidemie die we bij de corona-pandemie weer precies zo terugzagen. Nog niet eens zozeer bij de medische dingen vond ik dit bewonderenswaardig, maar vooral bij het gedrag en de gedachten van de mensen.

10. Leugen en Waarheid (2021) – Bas Heijne

Heijne raakt in deze essaybundel dicht aan alle dingen die nu spelen in de wereld en waar ik samen met de auteur somberheid over voel, zoals bijvoorbeeld het wegebbende geloof in de wetenschap, de opkomst van het populisme en de toenemende polarisatie, het marktdenken op universiteiten, de steeds verdere verspreiding van desinformatie, de fragmentatie van de publieke ruimte (waardoor er nog weinig gedeelde informatie is tussen mensen) en de vernietiging van een rationeel discours. Omdat er in de interviews dieper wordt ingegaan op al deze fenomenen, voel je toch wat geruststelling, omdat je alles beter gaat begrijpen en in een breder licht gaat zien: historisch, sociaal, politiek.

Dit was het, tot volgend jaar!

Film en documentaire top 10 van 2021

Dit jaar heb ik de FILM TOP 10 wat anders aangepakt dan anders: omdat ik (wegens de corona-sluitingen van de filmhuizen) veel thuis en via streaming keek, heb ik dit keer ook veel documentaires en korte films opgenomen. Hiervan kon ik namelijk soms gelijk de links neerzetten om ze gratis, dan wel tegen een geringe betaling online te kijken. Dit zijn de beste die ik dit jaar zag, in willekeurige volgorde en met onderaan de korte films:

Hoogtijdagen (2021) van Ben van Lieshout, trailer

Deze prachtig gefilmde documentaire (zie de trailer!) vertelt over de hoogtijdagen van een oud mijnbouwindustriegebied op het Russische schiereiland Kola. Met veel vergane glorie (doet het altijd mooi op foto en film).

Our friend (2019) van Gabriela Cowperthwaite

Gebaseerd op een waargebeurd verhaal. De vrouw van journalist Matt Teague blijkt terminale kanker te hebben. Hoewel hij aan de buitenwereld na de eerste dagen algauw niks meer heeft, komt zijn vroegere beste vriend Dane plotseling helpen, met de kinderen opvoeden en hem en zijn vrouw ondersteunen in het hele proces. Een ode aan echte vriendschap.

De Sobibor Tapes: de vergeten interviews van Jules Schelvis (2021) van Piet de Blaauw, zie

Jules Schelvis, overlevende van Sobibor, interviewt in de jaren ‘80 mensen in de hele wereld die in 1943 betrokken waren bij de opstand tegen SS-bewakers in dit kamp. Hoewel het toen de bedoeling was een film ervan te maken, is het beeldmateriaal toch blijven liggen. Nu is er alsnog een film van gemaakt.

Jason (2021) van Maasja Ooms

Terwijl we zien hoe Jason door meervoudige jeugdtrauma’s EMDR-therapie ondergaat (zeer ingewikkeld, je moet zoveel tegelijk doen met je hoofd, dat het trauma op een gegeven moment niet meer erbij past), zien we ook hoe hij weer steeds meer opbloeit en een doel krijgt: strijden tegen de misstanden in de jeugdzorg, zoals het opsluiten van jongeren in gesloten instellingen zonder therapie. Deze zeer talentvolle jongen komt er wel, denk je, waardoor de documentaire toch iets lichts krijgt.

Where are we headed (2021) van Ruslan Fedotow, trailer

Op verschillende metrostations van Moskou filmt Fedotow alles wat daar gebeurt: gesprekken, demonstraties, muziekmakende mensen, mensen die van en naar hun werk gaan, mensen die IN de metrostations werken. Kleine miniatuurtjes.

The Return: Life after ISIS (2021) van Alba Sotorra (alleen NPO Plus) in combinatie met de documentaire van Sinan Can en Daniëlle van Lieshout: Retour Kalifaat – de erfenis van een slagveld

Twee indrukwekkende documentaires (deels met dezelfde personages aan de kant van de vrouwen) over hoe verder te leven (of niet) na deelgenomen te hebben (of zogenaamd ook weer niet echt, zoals velen beweren) aan de acties van ISIS. Zijn de vrouwen oprecht tot inkeer gekomen over hun vroegere leven?

De pinpas (2021) van Thijs Bouman

Hele sterke korte film over een Poolse au pair die volledig te goeder trouw verstrikt raakt in gemene intriges.

Bosrandgeluk (2020) van Philip Huff

Niet is wat het lijkt.

The Affected (2020) van Rikke Gregersen (gezien bij Movies that Matter, Shorts), trailer

In een vliegtuig weigert een passagier te gaan zitten, omdat er met dezelfde vlucht iemand gedeporteerd wordt naar zijn geboorteland. De vlucht loopt vertraging op. In de cockpit ontstaat een hevige discussie of men daar een politiek standpunt moet innemen of niet.

We have one heart (2020) van Katarzyna Warzecha, trailer

Na veertig jaar ontdekt Adam brieven die uitgewisseld werden tussen zijn Poolse moeder, en zijn Koerdische vader. Zo komt hij achter een familiegeheim.

Meebewegen

Ik start Word op om deze blog te gaan schrijven en Word vraagt of ik zijn nieuwe uiterlijk wil bekijken. “Wat nu weer?” zeg ik tegen het scherm, “Ik wil helemaal geen nieuw uiterlijk.” Gelukkig is er een knop met ‘Niet nu’. Daar is over nagedacht. Daar hou ik van. Later moet ik dus toch ooit dat nieuwe uiterlijk gaan aanschouwen, maar daar kan ik me nu alvast geestelijk op voorbereiden.

De wereld wordt weer een beetje zoals vroeger, lijkt het, maar toch anders. Op mijn yoga kunnen we sinds een paar weken onze jassen en schoenen weer kwijt in de gang (waar we dus dicht bij elkaar zijn) en hoeven niet de hele bundel mee de zaal in te nemen. Ook mogen we weer gebruik maken van de dekens en kussentjes ter plekke, en hoeven ook die niet meer zelf mee te nemen. Dit scheelt aanzienlijk in de meegetorste berg spullen en het elke week daaraan denken. Maar toch is niet alles hetzelfde als eerder. Want waar zijn de oudere mensen gebleven? Ik kijk om mij heen en iedereen is van mijn leeftijd of jonger. Dit ervaarde ik ook al in theaters en bioscopen. Ik mis bepaalde gezichten in de yogazaal, zonder dat ik precies kan reconstrueren wie ook alweer. Durven zij niet meer te komen? Zijn ze ziek geworden en zijn hun levens daardoor veranderd? Hebben ze andere manieren gevonden om te ontspannen na 1 ½ jaar oefening hiervoor? (Zijn ze dood? Nee, dan had ik dat wel gehoord denk ik.) In plaats van de missende gezichten zie ik een nieuw fenomeen: 3 mannen! En niet zomaar mannen. Het zijn enorm gespierde kolossen, totaal getatoeëerd op hun benen en armen. Normaal, áls er al mannen zijn bij yoga, voelen ze toch op zijn minst als mensen die een beetje hetzelfde soort leven leiden als ik.

Tegenwoordig leg ik mijn matje vanwege mijn gehoorproblemen dicht bij de docente. Ik zit dan in het midden van een cirkel matjes, die als het ware allemaal op mij uitkijken. Bij yoga sta je doorgaans in nogal vreemde houdingen, dus ik moest echt wennen aan dat mij bevinden in het centrum, maar inmiddels heb ik mijn schaamte overwonnen. Toch ben ik steeds blij als een andere vrouw haar matje naast mij legt, tussen mij en die drie kolossen. Het idee dat ik in allerlei buigingen sta en die mannen recht op mij neerkijken, is toch niet zo fijn. Ach, dat zal ook wel weer wennen.

Nu weet ik waar die ouderen gebleven zijn! Die zijn gaan tennissen! Maar wat een bizar goddelijk beeld dit…
Of vieren ze hun leven?

Met mijn gehoorproblemen gaat het trouwens dankzij de gehoorapparaten die ik kreeg, ontzettend veel beter nu. Het zijn wonderdingen! Na een kleine aanpassing, kan ik er nu zelfs mee viool spelen, wat eerder niet ging, omdat ze op een rare manier mee gingen trillen met de snaren. Ik ben sinds kort weer begonnen met altvioollessen, bij een Spaanse docente uit Barcelona, die zowel lesgeeft in klassieke als in wereldmuziek. Dit leek mij een erg leuk combinatie. Toen ik van de week weer op weg ging naar deze les, met in de ene hand mijn vioolkist en in de andere een grote paraplu, kwam er met een razende vaart een auto door onze kleine straat rijden. Ik hoorde een enorme knal en dacht dat hij de bumper van een andere auto eraf had gereden. Ik zat te kijken naar die bumper, maar het bleek de spiegel te zijn, die in drie stukken lag. Twee mensen met een kinderwagen kwamen aanlopen en vroegen of ik het kenteken had gezien of gefotografeerd. Oeps, nee, het ging allemaal zo snel! Toch voelde ik me schuldig, dat ik nu geen briefje op de ruit kon plakken welk kenteken dit veroorzaakt had. Aan de andere kant hadden ze misschien gewoon hun spiegel in moeten klappen. Ik zag al voor me hoe ze beteuterd uit hun huis zouden komen en ging maar snel op weg door de regen. Onderweg controleerde ik hoeveel mensen hun spiegel wel, dan wel niet hadden ingeklapt aan de straatkant. Dit was ongeveer 50%. De rest had vertrouwen in de mensheid.

Eens in de zoveel tijd, heb ik een paar hoofdpijnweken, zoals ik ze vaak noem. Dit keer werden ze veroorzaakt doordat veel dingen op mijn werk veranderd waren vanaf na de zomer. Er waren nieuwe tijdstippen voor vergaderingen, ook werden deze vaak op het laatste moment ingepland, of opeens verlengd van een kwartier naar een uur. Dit zijn voor mij lastige dingen. Ik moet steeds weer een nieuwe modus vinden, wat vaak lukt, alleen duurt het soms een tijdje. Nu moet ik weer eens geduld hebben en gewoon constateren dat de hoofdpijn elke ochtend wat minder is. En ondertussen grenzen stellen en die weer langzaam oprekken als ik weer flexibeler wordt. Het is een eeuwig proces, maar in een van mijn online yogalessen, gebruikte mijn docente hiervoor wel een goede zin: “Balans is een werkwoord.” Het was bij een les waarbij je op één been moest staan en je handen moest uitspreiden als de takken van een boom. De bedoeling was om niet helemaal stil te staan, maar juist langzaam mee te bewegen.

Tot slot nog wat huiselijke taferelen: onze buurvrouw gaat geregeld op vakantie en vraagt ons dan vaak om de post te doen. Uiteraard doen wij dit graag, temeer daar zij een keer op Koschka paste, wat eerst heel leuk was, maar later minder omdat hij haar beet! Ja, Koschka kan soms zijn buien hebben, maar wij doorzien die goed. Anderen natuurlijk niet. De buurvrouw zegt steevast dat wij gerust ook haar krant mogen lezen. Het probleem is echter: haar krant is de Telegraaf! Wij mompelen dus een bedankt en vervolgens als zij met vakantie is, bakkeleien wij onderling WIE die post gaat halen. Geen van ons beiden wil door de andere buren geassocieerd worden als Telegraaf-lezers. Mijn oplossing is om de stapel kranten snel in mijn fietstas te gooien en eerst te kijken of de kust veilig is voordat ik naar boven loop. Steef gaat meestal met een plastic tasje naar beneden. Verder hebben wij in onze woonkamer een kattenbestendige stoel gekocht. Hij is van hout en riet en ziet er robuust uit. Koschka, ons roofdier, heeft er nog niet naar omgekeken. Dit nadat wij verleden jaar een gele designstoel kochten, die hij geen seconde met rust liet. Die is nu verhuisd naar Steefs kamer en bedekt met een deken en veel kussens. Zonde natuurlijk van die mooie stoel, maar we halen hem op mooie dagen tevoorschijn voor de visite!  

Koffers en regenbogen

Enkele weken geleden ging ik voor het eerst sinds maart 2020 weer naar het filmhuis, in Leiden, naar de film Gunda, over een moedervarken en al haar biggen (en hoe die uiteindelijk weer bij haar weggingen). Terwijl ik in het Kijkhuis zat, voelde ik hoe er in de anderhalf uur dat het donker was, en ik niet naar mijn mobiel of de wereld keek, enorm veel spanningen van mijn lichaam afvielen. Dat is ook precies de reden waarom ik voorheen zo vaak ging en ook de reden waarom ik er zo van houd om met de trein te reizen. Voor mij is dat de ultieme ontspanning: op pad zijn, lezen, af en toe naar buiten kijken. Dat heb ik zo ontzettend gemist. Wat andere aspecten betreft is het weer rondlopen in de wereld af en toe ook een teleurstellende ervaring: in Leiden was enkele jaren terug een heel leuk pop-up-terrein tegenover het station en nu zag ik dat ervoor in de plaats een groot gebouw van Heineken is gekomen. Hadden we dat echt nodig, en zo ja: daar? Ook in Den Haag zijn er veranderingen: het Humanity House, een museum dat menselijke verhalen toonde die hoorden bij rampen en conflicten in de wereld, is wegens het wegblijven van bezoekers in de coronatijd failliet gegaan. Momenteel wordt er in hun pand verbouwd: het wordt een advocatenkantoor.

Wel positief: de piano op station Den Haag Centraal is weer terug! Die was de hele coronatijd weg. Ben benieuwd hoe lang hij nu nog mag blijven, met de delta-variant die ons alweer probeert te omringen. Ik heb nog niemand erop zien spelen. Ik houd jullie op de hoogte! Nog meer positiefs: er zijn tijdens mijn wandelrondjes geen dakpannen meer op mijn hoofd gevallen. Ook heb ik weer een nieuw vriendje gemaakt:

Zoals jullie al zagen in mijn eerdere blogs kom ik tijdens mijn dagelijkse ommetjes vaak matrassen tegen op straat. Dat is nu opgehouden. Maar er is iets anders voor in de plaats gekomen: koffers! Opeens zijn mensen massaal hun koffers aan het weggooien. Mijn hoofd is vol vraagtekens. Komt het door de corona en dat sommige mensen inmiddels zo oud zijn geworden dat ze denken toch nooit meer op reis te zullen gaan? Of hebben mensen in deze periode van relatieve rust juist al hun koffers vernieuwd voor toekomstige reizen? Of gaat het, zoals wel vaker, om huisraad van mensen die hun laatste reis al gemaakt hebben?

Ik zal het zoals gewoonlijk nooit te weten komen. Uit één koffer staken oranje slingers, een week na uitschakeling van Nederland op het EK. Uit moedeloosheid had iemand die maar in zijn eveneens afgedane koffer gestopt.

Over het EK gesproken: als Italië morgen de finale wint (wat ik zeer hoop), hebben zij in hetzelfde jaar zowel het EK als het Eurovisie Songfestival gewonnen. En niet zomaar, nee met een echt goed team en een echt goede band. Wat zegt dat over het land? Zitten ze in de lift? Het viel mij in elk geval wel op dat de teams uit landen van autocratische heersers (Hongarije, Rusland, Turkije) uitzonderlijk slecht presteerden. Komt dat door een soort algehele negatieve sfeer in die landen? En is Italië opgelucht nu ze weer aan het opkrabbelen zijn, na het vreselijke coronajaar?

Interessant aan het EK was dat ik in eerste instantie dacht: wat een kapitalistische bedrijven allemaal die hier reclame maken langs het veld: Booking.com, Coca cola, Volkswagen, Heineken. Een tijdje later werd de omstreden LHBTI-wet aangenomen in Hongarije en gelijk vanaf de volgende dag hadden ál deze bedrijven hun digitale reclames veranderd in regenboog-reclames. Dat viel me dan toch weer mee en opeens had ik wat meer respect voor deze organisaties. En het grappige was dat ook diréct opviel welke bedrijven er géén regenboog-kleurige reclameborden hadden: Gazprom en Hisense (Chinees). Opeens zagen die borden er stram en ouderwets uit. Ook viel het op dat er in het stadion in Sint-Petersburg geen enkele regenboogreclame meer was. Een verbod?

O ja, en ik zag toch nog een matras: een jongen had zijn skatebord eronder gelegd en probeerde zo vooruit te komen. Het ging niet zeer goed.

In mijn persoonlijke leven is er tussen maart (laatste blog) en nu best veel gebeurd. Onder andere kreeg ik een vast contract, na vijf hectische jaren in mijn leven (hoe fijn!) en merk daarvan nu al de extra rust en stabiliteit die het me geeft. Het heeft er onder andere toe geleid dat ik weer altviool ga spelen! Mooi om weer met muziek bezig te gaan. Ook voel ik meer vertrouwen in de hele loop van de rest van mijn leven: minder vechten, meer energie!

Foto: Stephan de Prouw

Tot slot nog iets heel vreemds: ik blijk een aandoening te hebben die zorgt voor progressief gehoorverlies! Geheel onverwacht voor mij. Operaties zijn gelukkig mogelijk, maar voorlopig ga ik eerst uitproberen hoe gehoorapparaten mij bevallen. Uiterst bizar, een gebeurtenis in de categorie ‘raar maar waar’. Wordt vervolgd?

Het jaar dat de franje verdween

Cultuur & Corona II: een nieuwe beschouwing

Ik begin met het schrijven aan deze blog op 12 maart, de datum dat 1 jaar geleden op een donderdag de eerste lockdown werd afgekondigd. Tot ieders schrik. Ik was bij mijn ouders op die dag. Had daar mijn boeken gesorteerd, die uit onze betaalde berging kwamen en bij hen mochten staan (hoe fijn!). Ik haastte me naar huis, want die avond zou ik gaan tafeltennissen. Eenmaal thuis was de persconferentie en gelijk daarachteraan een mail van mijn tafeltennisleraar, dat de training geschrapt was. Want alles was per direct, dat was het allervreemdste van die lockdown! Die zondag zou ik mee gaan doen met ‘Echt gebeurd’, het kleine podium in Toomler Amsterdam, waar mensen elkaar verhalen vertellen. Eén keer per maand, gepresenteerd door Micha Wertheim en Paulien Cornelisse. Ik had me ontzettend verheugd hierop, maar ook dit viel pardoes in het water. Micha Wertheim stond op die avond, 12 maart, in theater De Meervaart om zijn voorstelling ‘Voor alle duidelijkheid’ op te nemen, met een heel team. Maar ook bij hen kwam de theaterdirecteur op hen toelopen om te zeggen dat de opname per direct afgelast werd en alle gasten gecontacteerd waren om niet te komen. De teamleden dropen verbijsterd af.

Soms, als er iets vreselijks gebeurt in je leven, terwijl je tegelijkertijd heel druk bezig was met werken en leven, is het heel lastig om abrupt tot stilstand te komen. Je hoofd raast nog een tijdje door en je probeert nog allerlei dingen af te maken, afspraken na te komen, die later eigenlijk compleet niet essentieel leken. Hoe kon je in die hoedanigheid nog zulke futiele dingen gedaan hebben? Maar dat komt omdat je lichaam en hoofd in een bepaalde stroomversnelling zitten en niet onmiddellijk kunnen omschakelen. Dit kan ook gebeuren als je chronisch ziek bent. Vooral aan het begin. Je hoofd heeft namelijk nog zijn oude impulsen en wil allerlei dingen, terwijl je pas in tweede instantie beseft dat je lichaam niet meekan. Iets dergelijks gebeurde ook met de lockdown. We zaten thuis, maar onze gedachten gingen door met wat we allemaal nog hadden zullen doen, of wilden doen: de tentoonstelling van Van Eyck bezoeken bijvoorbeeld in Gent, en daarna door naar Parijs, en ondertussen nog langs een goede vriendin in Diest, België. Dat kon allemaal, voor de corona, je kon zorgeloos van het een naar het ander, en nog even langs die en die onderweg. Langzaam wen je eraan die impulsen te onderdrukken en te accepteren dat dit nu even de situatie is, en dat je niet weet voor hoe lang.

Na 1 jaar corona waren er verschillende auteurs die reflecteerden op wat dit voor hen betekende. Ik las de artikelen en ontdekte dat er een soort gemene deler was. Ook niet zo gek natuurlijk. We maakten immers allemaal hetzelfde mee. Omdat ik sommige beschouwingen erg mooi vond, wil ik de mix graag met jullie delen.

Het mooiste artikel vond ik dat van Christiaan Weijts, die in de NRC schreef dat dit het jaar was dat de franje verdween uit ons leven. Hij leidde dit in met een treffend citaat:

In musea, in winkels en op marktpleinen schuifelde je binnen de tapelijnen. Films zag je in uitgestorven zalen zonder nazit. Wie nog uit eten durfde trof een pompje handgel naast zijn bord. Boeken verschenen zonder presentaties, tentoonstellingen zonder borrels. (…) Verjaardagen kregen het karakter van een zakelijk consult in de achtertuin. (…) Rond elk pleziertje buitenshuis hing een tijdslot.

Uit dit citaat blijkt wel dat alles afgelopen jaar kaal voelde, en in elk geval niet geheel ontspannen! Vervolgens gaat Weijts verder met uitleggen dat we door de corona ontdekt hebben dat alleen de essentie van dingen nog overblijft. Maar is dit wel de essentie? vraagt hij zich af. Je kunt museumobjecten bekijken online, in superhoge resolutie, maar toch lijken ze geen ziel te hebben. Je kunt je ervaringen niet delen met anderen, met toevallige museumbezoekers die om je heen lopen. Je kunt eten uit je favoriete restaurant bestellen, maar je mist dan wel de entourage, datgene wat het uit eten gaan zo stimulerend maakt: ‘de pilaren in het restaurant en de choreografie van de obers’, zoals Christiaan het beschrijft. Zij blijken bij nadere beschouwing niet de bijzaak te zijn om het eten heen, de kern. Nee, de omlijsting is de essentie, en het eten de bijzaak! Net zoals in musea, theaters, concertzalen. Het samen beleven met naamloze mensen en vrienden. De ervaring moet resoneren, schrijft Weijts, via de menigte onbekenden.

Ook Bas Heijne schrijft over dit resoneren. Hij zegt dat resonantie is als je geraakt wordt door een persoon, verhaal, landschap, muziek of schilderij en dat je hiervoor ervaringen moet zoeken die transformatie en verandering beloven. En juist die ervaringen zijn er nu zo weinig door de corona. Hij schrijft dus niet over het al dan niet delen met anderen van deze ervaringen. Wel over de tijd voor de corona en dat het kijken van kunst toen soms leek op het afvinken van dingen voor sommige mensen. Hij pleit er dus voor om na de corona kunst meer te laten resoneren in ons lichaam. Het juist niet te fotograferen, maar het echt te beleven, in meer rust.

Je kunt een zinvolle ervaring niet afdwingen, schrijft Weijts op zijn beurt weer. Zij gebeurt eerder vaak toevallig. En die toevalligheden zijn door alle huidige restricties juist zoveel mogelijk ingedamd. Alles voelt stijfjes en stram. Niets lijkt meer onbezorgd. Christiaan schrijft dat je niet meer ‘zomaar even het Mauritshuis in kan lopen’, voor een korte ontmoeting met een kunstwerk. Alles is nu geregisseerd, als de musea al open zijn. ‘Zomaar’ bestaat niet meer: zomaar een restaurant, café of winkel binnenlopen, waar je lichaam steeds de neiging toe heeft, omdat het nog gedreven wordt door oude herinneringen. Als je alles moet reserveren en van tevoren bedenken, heb je al bijna geen zin meer.

‘Solitaire, in isolatie genoten esthetiek volstaat niet’, zegt Weijts. Je hebt geen klankbord. Ik ben het niet totaal met hem eens, want vaak als ik in mijn eentje in een mooi landschap ben, geniet ik wel degelijk ten volste. Maar online kunst kijken doe ik ook niet, hoe erg ik ook van schilderijen houd. ‘Wat telt is eerder de werking dan de werken’, schrijft Weijts, ‘zonder franje is de kern betekenisloos, een leeg hart.’ Zelf ervaarde ik het ook zo: als je keurig op tijd voor je tijdslot een museum binnenloopt en vervolgens jezelf opvretend, schuifelend en tergend langzaam langs de schilderijen gaat, achter mensen met tetterende audiotours die eindeloos dreinen bij schilderijen, kan je wat mij betreft niet meer genieten. Ik hou van kris kras door musea lopen en nog even teruggaan naar de schilderijen die ik het mooiste vond, om ze te observeren van een afstand en de werking te ervaren. Maar teruggaan kan niet als er maar één voorgeschreven route is. Ik blijf met een knagend en onbevredigend gevoel achter, hoezeer de musea ook hun best doen. Want genieten op commando zonder vrij te kunnen bewegen lukt mij dus niet. Ook Weijts beëindigt hiermee zijn mooie artikel: ‘bewust genieten van wat telt is als water proberen vast te grijpen.’

Dat komt omdat je deze momenten dus niet kunt afdwingen, maar ze toevallig naar je toe moeten komen, net als onbekende mensen in de trein, in de tram, mensen die je opeens piano hoort spelen op het station (de piano van Den Haag Centraal is al maanden afgeplakt).

Dat wat je had gehoopt te ervaren, ontglipt je en je hoofd blijft verlangen om dit ooit weer te beleven. Ooit nog, als de corona over is…

Zal alles ooit weer zo onbezorgd worden als eerder?

Gerbrand Bakker schreef in zijn blog Bijvangst ook over die ‘toevallige andere mensen’, die je nu niet ontmoet vanwege de corona. Hij noemde deze mensen de ‘zomaarmensen’. Hij refereerde hiermee aan iets dat Saskia Noort schreef over ‘bijvangst’: het avontuur dat zich met andere mensen soms kan aandienen. Hij gaf een voorbeeld van een vrouw die hij in de supermarkt ontmoette en die hem behoedde voor het kopen van een hele vieze kaas. Van de week was ik in de NS-fietsenstalling en kwam aan de praat met de man van dienst van die dag. Hij zei dat vanaf volgende maand de betaalde fietsenstalling gratis zou worden. Ik vroeg of hij dan wel zijn baan zou behouden. Zijn contract liep nog door gelukkig, zei hij, maar de NS had wel 2,6 miljard verloren door de corona. We kwamen op de vaccinaties. “Ik ga me niet laten vaccineren”, zei hij, “en mijn ouders van 80+ ook niet. Die dingen zijn veel te snel gemaakt, en je weet niet wat ze jaren later nog veroorzaken.” “Ik weet het ook nog niet”, zei ik. “Ik ben vaak erg gevoelig voor bijwerkingen. Gelukkig heb ik nog een paar maanden om erover na te denken.” De term zomaarmensen, heeft te maken met onverwachtheid, schrijft Gerbrand. ‘En dat is nu juist wat we allemaal al maandenlang ontberen.’

Marja Pruis schreef hier treffend over in haar reflectie op 1 jaar corona in de Groene. Zij schrijft over gelijktijdige onder- en overprikkeling het afgelopen jaar. Overprikkeling door de vele zoomvergaderingen en de deadlines die in je nek hijgen, zonder veel andere afleiding om je gedachten te verstrooien. En onderprikkeling juist door al die eenzijdige en zich steeds herhalende activiteiten. Je ontmoet geen vrienden, nauwelijks cultuur, je reist niet, en, de som der delen van al deze artikelen: je ontmoet te weinig zomaarmensen! ‘De dagen lijken kort en lang tegelijk’, schrijft Marja Pruis. Dit ervaar ik ook steeds. De dagen vliegen voorbij en ik heb geen idee in welke tijd ik eigenlijk al die dingen deed die ik nu zo mis: naar de film gaan, op pad met de trein, wandelen in verre natuurgebieden. Wat doe ik in de tijd die ik eerder hiervoor gebruikte? Wordfeuden? Slapen? Want ik merk wel dat ik sneller moe word van de dagen, vanwege die onderprikkeling. Als ik om 22.00 uur terugkwam van tafeltennis en ging douchen, was ik om 22.30 nog totaal actief in mijn hoofd. Nu is dat wel anders…

Tot slot nog wat positieve noten. Want de corona heeft ook geleid tot goede dingen soms. Ron Rijghard schreef over de weergaloos mooie streaming van ITA tijdens de ‘Romeinse tragedies’ van Ivo van Hove.

Deze duurden 6 uur en waren volgens Rijghard een ongeëvenaarde ervaring:

Wat ITA nu cinematografisch doet, is next level: dynamischer, spannender en artistieker. De livestream gaat steeds minder lijken op televisie en wordt steeds meer een genre op zichzelf. Daar komt bij dat de livestream naar keuze ook Engels en Frans wordt ondertiteld en dat reacties op sociale media uit onder meer de VS, Frankrijk en Japan aangeven aan dat er inderdaad een internationaal publiek wordt bediend.

Foto Jan Versweyveld

Rijghard beschrijft hoe het opnameproces onderdeel is van de performance. Cameramensen komen in beeld. Je ziet er één staan en daarna zie je de close-up die hij maakt. Of je kijkt mee met het venster van zijn camera. Grote beeldschermen staan op de grond. Er is steeds variatie in perspectief. ‘ITA heeft een nieuwe levensader voor het theater gecreëerd.’

Foto Jan Versweyveld

Sandra Smallenburg tot slot beschrijft in haar artikel over ‘cultuur als troost’ dat de hoofdorganisator van de Cello Biënnale tijdens de online editie bemerkte dat er fans van heel ver keken naar de gestreamde concerten. Fans die normaal lichamelijk of geografisch gezien onmogelijk erbij konden zijn. Die slecht ter been waren bijvoorbeeld. Daarom dacht hij dat deze extra mogelijkheid zeker een blijvertje zou zijn, ook in 2022. Daarentegen zien anderen hun muzikantenbestaan doodbloeden. Zanger van The Kik, Dave von Raven, zegt dat het is alsof je de hele dag in de keuken staat en dan vervolgens je maaltijd laat verpieteren. Op de radio hoorde ik een hoboïste die totaal gestopt was, omdat het muziek maken voor haar niet meer als een zinvolle ervaring voelde, nu zij dit niet meer kon delen met publiek. Zij had een carrièreswitch gemaakt. Ook de organisator van de Cello Biënnale vertelde dat hij zich na het succesvolle online-event doodmoe en totaal leeg voelde. Als alles zo strak georganiseerd is, geeft het geen energie meer, geen ontspanning.

Kamagurka

Wel besluit Smallenburg haar artikel door te zeggen dat de kleinschaligheid ook voordelen biedt. Ze ziet een verschuiving van kunst als koopwaar op grote veilingen naar liefhebbers die uit ateliers kopen en de kunst als meerwaarde in hun leven zien. In de ateliers is ook meer mogelijkheid voor jonge kunstenaars om zich te ontwikkelen, met ruimte voor experimenten. Ook heeft de politiek dankzij de corona meer oog gekregen voor cultuur in het algemeen. Er is een groot steunpakket gekomen, wat Smallenburg een lichtpunt noemt.

Zelf heb ik alsnog meegedaan met Echt gebeurd, midden in de zomer, toen er iets versoepeling was. Het was een mooie ervaring. Speciaal voor de gelegenheid (dat het na maanden weer door kon gaan) waren zowel Micha als Paulien aanwezig. Het leverde mij een mooie Echt Gebeurd-button op voor op mijn rugzak. En Micha heeft in de maand februari heel Nederland rondgetoerd, langs prachtige lege schouwburgen, om daar zijn vernieuwende voorstelling ‘Niemand Anders’ te spelen. Met goocheltrucs en filosofische overpeinzingen bespeelde hij zijn publiek.  Als we inventief blijven, kunnen we deze tijd gebruiken om toch de resonantie met anderen te vinden.

Waar waren de sneeuwpoppen?

Een paar dagen nadat ik mijn vorige blog gepost had, stuitte ik tijdens mijn dagelijkse ommetje opeens op een raar tafereel. Op een hoek van een straat waar ik werkelijk al wel zo’n 900 keer gelopen heb in de afgelopen 5 jaar, stond opeens een afzetting met gekleurde vlaggetjes. Ik dacht: “Iemand jarig en uitbundig versierd wegens de corona?” Maar nee, er stond: “Pas op, vallende stenen!” Ik was erg verbaasd. De plek waar ik dagelijks liep bleek dus in potentie levensgevaarlijk te zijn! Ik liep verder en binnen de vlaggetjes stond een luxe ogende stoel met plakkaten “Pas op! Vallende stenen! Niet hier lopen!” Naast de stoel lagen inderdaad een paar stenen. Waar kwamen die opeens vandaan? Het was samen met de gekleurde vlaggetjes een tamelijk lachwekkend schouwspel, ware het niet dat ik dus de dag ervoor (en alle dagen daarvoor!) bijna dood had kunnen zijn.

Twee dagen later kwam ik er weer langs en inmiddels was er een stellage geplaatst. Dat was meer wat je zou verwachten bij zo’n situatie, maar toch oogde het opeens heel saai vergeleken met de stoel! Nu kon ik ook zien wat er aan de hand was. De eerste keer had ik namelijk de plek waar het huis boos met stenen stond te gooien in de donkerte niet kunnen ontdekken. De stellage stond er een maand lang. Ik liep er maar gewoon langs, met het risico dat het huis toch nog andere dingen in petto had. En nu deze week zag ik dat het euvel gemaakt is. Einde verhaal?

Slechts drie dagen na bovenstaande gebeurtenis bracht ik wat oude medicijnen naar de apotheek om weg te laten gooien. “Zitten er naalden bij?” Vroeg de apotheker. Nou, nee. Ik vervolgde mijn ommetje en toen ik 10 minuten later terugkwam, stond opeens de hele straat vol met ambulances en brandweerauto’s. Ook de traumahelikopter zweefde boven de buurt. Waren mijn medicijnen ontploft? Nee, het was gelukkig toch een ander huis! Ik wachtte het schouwspel dit keer niet af, maar toen ik verder liep zag ik de bewuste traumahelikopter op het sportveld staan. Kleine kinderen mochten erin kijken. Ik vond het best een imposant ding.

Nu had ik in één week alweer zoveel meegemaakt dat ik eigenlijk direct een nieuwe blog wilde schrijven. Maar dat kan ik mijn lezers niet aandoen, dacht ik, al dat gezeur. Dus heb ik nog even gewacht. (Nee hoor, in werkelijkheid had ik geen tijd: ik had wat leuke archiefopdrachten van buitenlanders in de weekenden.)

Hier is het gezeur dus: ik wilde nog zeuren dat mijn haar nu echt heel erg lang is en dat ik allergisch voor mijn eigen haar ben (ja, echt!) en er jeuk en uitslag van krijg in mijn nek en rug, en dat ik me daarom afvroeg of er in de lockdown ook uitzonderingen gemaakt konden worden bij kappers voor essentiële gevallen zoals ik. Maar nu zijn de kappers net weer opengegaan (hoera!), dus hoef ik Rutte voorlopig geen brief te schrijven. In de tussentijd had ik van mijn moeder meerdere haarbanden geleend, om mijn haren wat weg te houden, maar daarmee zag ik eruit als de kruising tussen een ninja en een paasei! Gelukkig dus dat ik over twee weken aan de beurt ben, anders weet ik niet hoe het had moeten aflopen!

Ik ben in elk geval in deze hoedanigheid maar niet in de zoom-meetings van EZK verschenen.

Maar dan iets belangrijkers: waar waren de sneeuwpoppen??? Hebben jullie ze gezien? Of gemaakt? Er was wel sneeuw, maar geen sneeuwpoppen! Ik herinner me toen ik nog in Leiden en Groningen woonde, dat ik altijd hele sneeuwpoppencollages maakte (maar toen zat ik nog op hyves, dus die kan ik nu niet meer vinden ter bewijs). Ja, hyves, weten jullie nog? Ik heb wel enkele dappere probeersel-sneeuwpoppen gezien, maar lang geen hele buurten vol, wat ik wel verwacht had met al die stoepkrijtkinderen van het voorjaar! Was het dan toch de stuifsneeuw die niet geschikt was? Maar dat kan bijna geen excuus zijn, want in Zwolle waren er zelfs klimaatvrezende sneeuwpoppen die protesteerden! Zij zien er toch heel compleet uit! Voor mij blijft het dus een mysterie.

Misschien was het toch nog de lockdown, de avondklok en de hele negatieve teneur, die natuurlijk door 1 week sneeuw nog niet teniet gedaan is. Ik heb al jaren contact met een winkel in Zutphen die natuurtextiel verkoopt (lekker zacht voor mijn gevoelige huid dus!) en nu opeens zag ik op hun website dat ze leegverkoop hadden. Ik schrok erg en zag mezelf alweer overal de merkjes uittornen (in werkelijkheid doet mijn lieve moeder dat voor me, en soms zelfs mijn vader!). Ik mailde de winkel en schreef dat het me speet dat ze gingen stoppen en vroeg of het vanwege de corona was. Uit het antwoord was dit niet duidelijk, maar wel dat ze het heel naar vonden om na 26 jaar op deze manier afscheid te moeten nemen van hun klanten. Op hun website staat dan ook dat ze hopen dat ze hun klanten in de laatste maanden nog kunnen verwelkomen in hun ‘stenen winkel’. Dat laatste klonk zo zielig dat ik echt hoop dat ze dit nog gaat lukken!

Ik sluit af nu: natuurlijk ontbraken de matrassen wederom niet tijdens de ommetjes in de buurt:

Soms zag ik zelfs matrassen in het kwadraat:

O ja, en bij deze vrouw met ananas moest ik sterk terugdenken aan de vrouw met banaan die ik ooit bij een bushalte zag staan:

Overigens heb ik deze maand mijn blogpagina wat ‘opgepimpt’ en nu kan je ook het archief zien, zowel qua titels als qua maanden en jaren. Volgens Stephan kan dit nog wat handiger in elkaar geschoven worden, maar hoe, dat moet ik nog even ontdekken. Ook heb ik een knop toegevoegd waarmee je mijn blog kunt volgen. Misschien had ik dat enkele jaren eerder moeten doen :-)

Tot ziens weer!