Koffers en regenbogen

Enkele weken geleden ging ik voor het eerst sinds maart 2020 weer naar het filmhuis, in Leiden, naar de film Gunda, over een moedervarken en al haar biggen (en hoe die uiteindelijk weer bij haar weggingen). Terwijl ik in het Kijkhuis zat, voelde ik hoe er in de anderhalf uur dat het donker was, en ik niet naar mijn mobiel of de wereld keek, enorm veel spanningen van mijn lichaam afvielen. Dat is ook precies de reden waarom ik voorheen zo vaak ging en ook de reden waarom ik er zo van houd om met de trein te reizen. Voor mij is dat de ultieme ontspanning: op pad zijn, lezen, af en toe naar buiten kijken. Dat heb ik zo ontzettend gemist. Wat andere aspecten betreft is het weer rondlopen in de wereld af en toe ook een teleurstellende ervaring: in Leiden was enkele jaren terug een heel leuk pop-up-terrein tegenover het station en nu zag ik dat ervoor in de plaats een groot gebouw van Heineken is gekomen. Hadden we dat echt nodig, en zo ja: daar? Ook in Den Haag zijn er veranderingen: het Humanity House, een museum dat menselijke verhalen toonde die hoorden bij rampen en conflicten in de wereld, is wegens het wegblijven van bezoekers in de coronatijd failliet gegaan. Momenteel wordt er in hun pand verbouwd: het wordt een advocatenkantoor.

Wel positief: de piano op station Den Haag Centraal is weer terug! Die was de hele coronatijd weg. Ben benieuwd hoe lang hij nu nog mag blijven, met de delta-variant die ons alweer probeert te omringen. Ik heb nog niemand erop zien spelen. Ik houd jullie op de hoogte! Nog meer positiefs: er zijn tijdens mijn wandelrondjes geen dakpannen meer op mijn hoofd gevallen. Ook heb ik weer een nieuw vriendje gemaakt:

Zoals jullie al zagen in mijn eerdere blogs kom ik tijdens mijn dagelijkse ommetjes vaak matrassen tegen op straat. Dat is nu opgehouden. Maar er is iets anders voor in de plaats gekomen: koffers! Opeens zijn mensen massaal hun koffers aan het weggooien. Mijn hoofd is vol vraagtekens. Komt het door de corona en dat sommige mensen inmiddels zo oud zijn geworden dat ze denken toch nooit meer op reis te zullen gaan? Of hebben mensen in deze periode van relatieve rust juist al hun koffers vernieuwd voor toekomstige reizen? Of gaat het, zoals wel vaker, om huisraad van mensen die hun laatste reis al gemaakt hebben?

Ik zal het zoals gewoonlijk nooit te weten komen. Uit één koffer staken oranje slingers, een week na uitschakeling van Nederland op het EK. Uit moedeloosheid had iemand die maar in zijn eveneens afgedane koffer gestopt.

Over het EK gesproken: als Italië morgen de finale wint (wat ik zeer hoop), hebben zij in hetzelfde jaar zowel het EK als het Eurovisie Songfestival gewonnen. En niet zomaar, nee met een echt goed team en een echt goede band. Wat zegt dat over het land? Zitten ze in de lift? Het viel mij in elk geval wel op dat de teams uit landen van autocratische heersers (Hongarije, Rusland, Turkije) uitzonderlijk slecht presteerden. Komt dat door een soort algehele negatieve sfeer in die landen? En is Italië opgelucht nu ze weer aan het opkrabbelen zijn, na het vreselijke coronajaar?

Interessant aan het EK was dat ik in eerste instantie dacht: wat een kapitalistische bedrijven allemaal die hier reclame maken langs het veld: Booking.com, Coca cola, Volkswagen, Heineken. Een tijdje later werd de omstreden LHBTI-wet aangenomen in Hongarije en gelijk vanaf de volgende dag hadden ál deze bedrijven hun digitale reclames veranderd in regenboog-reclames. Dat viel me dan toch weer mee en opeens had ik wat meer respect voor deze organisaties. En het grappige was dat ook diréct opviel welke bedrijven er géén regenboog-kleurige reclameborden hadden: Gazprom en Hisense (Chinees). Opeens zagen die borden er stram en ouderwets uit. Ook viel het op dat er in het stadion in Sint-Petersburg geen enkele regenboogreclame meer was. Een verbod?

O ja, en ik zag toch nog een matras: een jongen had zijn skatebord eronder gelegd en probeerde zo vooruit te komen. Het ging niet zeer goed.

In mijn persoonlijke leven is er tussen maart (laatste blog) en nu best veel gebeurd. Onder andere kreeg ik een vast contract, na vijf hectische jaren in mijn leven (hoe fijn!) en merk daarvan nu al de extra rust en stabiliteit die het me geeft. Het heeft er onder andere toe geleid dat ik weer altviool ga spelen! Mooi om weer met muziek bezig te gaan. Ook voel ik meer vertrouwen in de hele loop van de rest van mijn leven: minder vechten, meer energie!

Foto: Stephan de Prouw

Tot slot nog iets heel vreemds: ik blijk een aandoening te hebben die zorgt voor progressief gehoorverlies! Geheel onverwacht voor mij. Operaties zijn gelukkig mogelijk, maar voorlopig ga ik eerst uitproberen hoe gehoorapparaten mij bevallen. Uiterst bizar, een gebeurtenis in de categorie ‘raar maar waar’. Wordt vervolgd?

Het jaar dat de franje verdween

Cultuur & Corona II: een nieuwe beschouwing

Ik begin met het schrijven aan deze blog op 12 maart, de datum dat 1 jaar geleden op een donderdag de eerste lockdown werd afgekondigd. Tot ieders schrik. Ik was bij mijn ouders op die dag. Had daar mijn boeken gesorteerd, die uit onze betaalde berging kwamen en bij hen mochten staan (hoe fijn!). Ik haastte me naar huis, want die avond zou ik gaan tafeltennissen. Eenmaal thuis was de persconferentie en gelijk daarachteraan een mail van mijn tafeltennisleraar, dat de training geschrapt was. Want alles was per direct, dat was het allervreemdste van die lockdown! Die zondag zou ik mee gaan doen met ‘Echt gebeurd’, het kleine podium in Toomler Amsterdam, waar mensen elkaar verhalen vertellen. Eén keer per maand, gepresenteerd door Micha Wertheim en Paulien Cornelisse. Ik had me ontzettend verheugd hierop, maar ook dit viel pardoes in het water. Micha Wertheim stond op die avond, 12 maart, in theater De Meervaart om zijn voorstelling ‘Voor alle duidelijkheid’ op te nemen, met een heel team. Maar ook bij hen kwam de theaterdirecteur op hen toelopen om te zeggen dat de opname per direct afgelast werd en alle gasten gecontacteerd waren om niet te komen. De teamleden dropen verbijsterd af.

Soms, als er iets vreselijks gebeurt in je leven, terwijl je tegelijkertijd heel druk bezig was met werken en leven, is het heel lastig om abrupt tot stilstand te komen. Je hoofd raast nog een tijdje door en je probeert nog allerlei dingen af te maken, afspraken na te komen, die later eigenlijk compleet niet essentieel leken. Hoe kon je in die hoedanigheid nog zulke futiele dingen gedaan hebben? Maar dat komt omdat je lichaam en hoofd in een bepaalde stroomversnelling zitten en niet onmiddellijk kunnen omschakelen. Dit kan ook gebeuren als je chronisch ziek bent. Vooral aan het begin. Je hoofd heeft namelijk nog zijn oude impulsen en wil allerlei dingen, terwijl je pas in tweede instantie beseft dat je lichaam niet meekan. Iets dergelijks gebeurde ook met de lockdown. We zaten thuis, maar onze gedachten gingen door met wat we allemaal nog hadden zullen doen, of wilden doen: de tentoonstelling van Van Eyck bezoeken bijvoorbeeld in Gent, en daarna door naar Parijs, en ondertussen nog langs een goede vriendin in Diest, België. Dat kon allemaal, voor de corona, je kon zorgeloos van het een naar het ander, en nog even langs die en die onderweg. Langzaam wen je eraan die impulsen te onderdrukken en te accepteren dat dit nu even de situatie is, en dat je niet weet voor hoe lang.

Na 1 jaar corona waren er verschillende auteurs die reflecteerden op wat dit voor hen betekende. Ik las de artikelen en ontdekte dat er een soort gemene deler was. Ook niet zo gek natuurlijk. We maakten immers allemaal hetzelfde mee. Omdat ik sommige beschouwingen erg mooi vond, wil ik de mix graag met jullie delen.

Het mooiste artikel vond ik dat van Christiaan Weijts, die in de NRC schreef dat dit het jaar was dat de franje verdween uit ons leven. Hij leidde dit in met een treffend citaat:

In musea, in winkels en op marktpleinen schuifelde je binnen de tapelijnen. Films zag je in uitgestorven zalen zonder nazit. Wie nog uit eten durfde trof een pompje handgel naast zijn bord. Boeken verschenen zonder presentaties, tentoonstellingen zonder borrels. (…) Verjaardagen kregen het karakter van een zakelijk consult in de achtertuin. (…) Rond elk pleziertje buitenshuis hing een tijdslot.

Uit dit citaat blijkt wel dat alles afgelopen jaar kaal voelde, en in elk geval niet geheel ontspannen! Vervolgens gaat Weijts verder met uitleggen dat we door de corona ontdekt hebben dat alleen de essentie van dingen nog overblijft. Maar is dit wel de essentie? vraagt hij zich af. Je kunt museumobjecten bekijken online, in superhoge resolutie, maar toch lijken ze geen ziel te hebben. Je kunt je ervaringen niet delen met anderen, met toevallige museumbezoekers die om je heen lopen. Je kunt eten uit je favoriete restaurant bestellen, maar je mist dan wel de entourage, datgene wat het uit eten gaan zo stimulerend maakt: ‘de pilaren in het restaurant en de choreografie van de obers’, zoals Christiaan het beschrijft. Zij blijken bij nadere beschouwing niet de bijzaak te zijn om het eten heen, de kern. Nee, de omlijsting is de essentie, en het eten de bijzaak! Net zoals in musea, theaters, concertzalen. Het samen beleven met naamloze mensen en vrienden. De ervaring moet resoneren, schrijft Weijts, via de menigte onbekenden.

Ook Bas Heijne schrijft over dit resoneren. Hij zegt dat resonantie is als je geraakt wordt door een persoon, verhaal, landschap, muziek of schilderij en dat je hiervoor ervaringen moet zoeken die transformatie en verandering beloven. En juist die ervaringen zijn er nu zo weinig door de corona. Hij schrijft dus niet over het al dan niet delen met anderen van deze ervaringen. Wel over de tijd voor de corona en dat het kijken van kunst toen soms leek op het afvinken van dingen voor sommige mensen. Hij pleit er dus voor om na de corona kunst meer te laten resoneren in ons lichaam. Het juist niet te fotograferen, maar het echt te beleven, in meer rust.

Je kunt een zinvolle ervaring niet afdwingen, schrijft Weijts op zijn beurt weer. Zij gebeurt eerder vaak toevallig. En die toevalligheden zijn door alle huidige restricties juist zoveel mogelijk ingedamd. Alles voelt stijfjes en stram. Niets lijkt meer onbezorgd. Christiaan schrijft dat je niet meer ‘zomaar even het Mauritshuis in kan lopen’, voor een korte ontmoeting met een kunstwerk. Alles is nu geregisseerd, als de musea al open zijn. ‘Zomaar’ bestaat niet meer: zomaar een restaurant, café of winkel binnenlopen, waar je lichaam steeds de neiging toe heeft, omdat het nog gedreven wordt door oude herinneringen. Als je alles moet reserveren en van tevoren bedenken, heb je al bijna geen zin meer.

‘Solitaire, in isolatie genoten esthetiek volstaat niet’, zegt Weijts. Je hebt geen klankbord. Ik ben het niet totaal met hem eens, want vaak als ik in mijn eentje in een mooi landschap ben, geniet ik wel degelijk ten volste. Maar online kunst kijken doe ik ook niet, hoe erg ik ook van schilderijen houd. ‘Wat telt is eerder de werking dan de werken’, schrijft Weijts, ‘zonder franje is de kern betekenisloos, een leeg hart.’ Zelf ervaarde ik het ook zo: als je keurig op tijd voor je tijdslot een museum binnenloopt en vervolgens jezelf opvretend, schuifelend en tergend langzaam langs de schilderijen gaat, achter mensen met tetterende audiotours die eindeloos dreinen bij schilderijen, kan je wat mij betreft niet meer genieten. Ik hou van kris kras door musea lopen en nog even teruggaan naar de schilderijen die ik het mooiste vond, om ze te observeren van een afstand en de werking te ervaren. Maar teruggaan kan niet als er maar één voorgeschreven route is. Ik blijf met een knagend en onbevredigend gevoel achter, hoezeer de musea ook hun best doen. Want genieten op commando zonder vrij te kunnen bewegen lukt mij dus niet. Ook Weijts beëindigt hiermee zijn mooie artikel: ‘bewust genieten van wat telt is als water proberen vast te grijpen.’

Dat komt omdat je deze momenten dus niet kunt afdwingen, maar ze toevallig naar je toe moeten komen, net als onbekende mensen in de trein, in de tram, mensen die je opeens piano hoort spelen op het station (de piano van Den Haag Centraal is al maanden afgeplakt).

Dat wat je had gehoopt te ervaren, ontglipt je en je hoofd blijft verlangen om dit ooit weer te beleven. Ooit nog, als de corona over is…

Zal alles ooit weer zo onbezorgd worden als eerder?

Gerbrand Bakker schreef in zijn blog Bijvangst ook over die ‘toevallige andere mensen’, die je nu niet ontmoet vanwege de corona. Hij noemde deze mensen de ‘zomaarmensen’. Hij refereerde hiermee aan iets dat Saskia Noort schreef over ‘bijvangst’: het avontuur dat zich met andere mensen soms kan aandienen. Hij gaf een voorbeeld van een vrouw die hij in de supermarkt ontmoette en die hem behoedde voor het kopen van een hele vieze kaas. Van de week was ik in de NS-fietsenstalling en kwam aan de praat met de man van dienst van die dag. Hij zei dat vanaf volgende maand de betaalde fietsenstalling gratis zou worden. Ik vroeg of hij dan wel zijn baan zou behouden. Zijn contract liep nog door gelukkig, zei hij, maar de NS had wel 2,6 miljard verloren door de corona. We kwamen op de vaccinaties. “Ik ga me niet laten vaccineren”, zei hij, “en mijn ouders van 80+ ook niet. Die dingen zijn veel te snel gemaakt, en je weet niet wat ze jaren later nog veroorzaken.” “Ik weet het ook nog niet”, zei ik. “Ik ben vaak erg gevoelig voor bijwerkingen. Gelukkig heb ik nog een paar maanden om erover na te denken.” De term zomaarmensen, heeft te maken met onverwachtheid, schrijft Gerbrand. ‘En dat is nu juist wat we allemaal al maandenlang ontberen.’

Marja Pruis schreef hier treffend over in haar reflectie op 1 jaar corona in de Groene. Zij schrijft over gelijktijdige onder- en overprikkeling het afgelopen jaar. Overprikkeling door de vele zoomvergaderingen en de deadlines die in je nek hijgen, zonder veel andere afleiding om je gedachten te verstrooien. En onderprikkeling juist door al die eenzijdige en zich steeds herhalende activiteiten. Je ontmoet geen vrienden, nauwelijks cultuur, je reist niet, en, de som der delen van al deze artikelen: je ontmoet te weinig zomaarmensen! ‘De dagen lijken kort en lang tegelijk’, schrijft Marja Pruis. Dit ervaar ik ook steeds. De dagen vliegen voorbij en ik heb geen idee in welke tijd ik eigenlijk al die dingen deed die ik nu zo mis: naar de film gaan, op pad met de trein, wandelen in verre natuurgebieden. Wat doe ik in de tijd die ik eerder hiervoor gebruikte? Wordfeuden? Slapen? Want ik merk wel dat ik sneller moe word van de dagen, vanwege die onderprikkeling. Als ik om 22.00 uur terugkwam van tafeltennis en ging douchen, was ik om 22.30 nog totaal actief in mijn hoofd. Nu is dat wel anders…

Tot slot nog wat positieve noten. Want de corona heeft ook geleid tot goede dingen soms. Ron Rijghard schreef over de weergaloos mooie streaming van ITA tijdens de ‘Romeinse tragedies’ van Ivo van Hove.

Deze duurden 6 uur en waren volgens Rijghard een ongeëvenaarde ervaring:

Wat ITA nu cinematografisch doet, is next level: dynamischer, spannender en artistieker. De livestream gaat steeds minder lijken op televisie en wordt steeds meer een genre op zichzelf. Daar komt bij dat de livestream naar keuze ook Engels en Frans wordt ondertiteld en dat reacties op sociale media uit onder meer de VS, Frankrijk en Japan aangeven aan dat er inderdaad een internationaal publiek wordt bediend.

Foto Jan Versweyveld

Rijghard beschrijft hoe het opnameproces onderdeel is van de performance. Cameramensen komen in beeld. Je ziet er één staan en daarna zie je de close-up die hij maakt. Of je kijkt mee met het venster van zijn camera. Grote beeldschermen staan op de grond. Er is steeds variatie in perspectief. ‘ITA heeft een nieuwe levensader voor het theater gecreëerd.’

Foto Jan Versweyveld

Sandra Smallenburg tot slot beschrijft in haar artikel over ‘cultuur als troost’ dat de hoofdorganisator van de Cello Biënnale tijdens de online editie bemerkte dat er fans van heel ver keken naar de gestreamde concerten. Fans die normaal lichamelijk of geografisch gezien onmogelijk erbij konden zijn. Die slecht ter been waren bijvoorbeeld. Daarom dacht hij dat deze extra mogelijkheid zeker een blijvertje zou zijn, ook in 2022. Daarentegen zien anderen hun muzikantenbestaan doodbloeden. Zanger van The Kik, Dave von Raven, zegt dat het is alsof je de hele dag in de keuken staat en dan vervolgens je maaltijd laat verpieteren. Op de radio hoorde ik een hoboïste die totaal gestopt was, omdat het muziek maken voor haar niet meer als een zinvolle ervaring voelde, nu zij dit niet meer kon delen met publiek. Zij had een carrièreswitch gemaakt. Ook de organisator van de Cello Biënnale vertelde dat hij zich na het succesvolle online-event doodmoe en totaal leeg voelde. Als alles zo strak georganiseerd is, geeft het geen energie meer, geen ontspanning.

Kamagurka

Wel besluit Smallenburg haar artikel door te zeggen dat de kleinschaligheid ook voordelen biedt. Ze ziet een verschuiving van kunst als koopwaar op grote veilingen naar liefhebbers die uit ateliers kopen en de kunst als meerwaarde in hun leven zien. In de ateliers is ook meer mogelijkheid voor jonge kunstenaars om zich te ontwikkelen, met ruimte voor experimenten. Ook heeft de politiek dankzij de corona meer oog gekregen voor cultuur in het algemeen. Er is een groot steunpakket gekomen, wat Smallenburg een lichtpunt noemt.

Zelf heb ik alsnog meegedaan met Echt gebeurd, midden in de zomer, toen er iets versoepeling was. Het was een mooie ervaring. Speciaal voor de gelegenheid (dat het na maanden weer door kon gaan) waren zowel Micha als Paulien aanwezig. Het leverde mij een mooie Echt Gebeurd-button op voor op mijn rugzak. En Micha heeft in de maand februari heel Nederland rondgetoerd, langs prachtige lege schouwburgen, om daar zijn vernieuwende voorstelling ‘Niemand Anders’ te spelen. Met goocheltrucs en filosofische overpeinzingen bespeelde hij zijn publiek.  Als we inventief blijven, kunnen we deze tijd gebruiken om toch de resonantie met anderen te vinden.

Waar waren de sneeuwpoppen?

Een paar dagen nadat ik mijn vorige blog gepost had, stuitte ik tijdens mijn dagelijkse ommetje opeens op een raar tafereel. Op een hoek van een straat waar ik werkelijk al wel zo’n 900 keer gelopen heb in de afgelopen 5 jaar, stond opeens een afzetting met gekleurde vlaggetjes. Ik dacht: “Iemand jarig en uitbundig versierd wegens de corona?” Maar nee, er stond: “Pas op, vallende stenen!” Ik was erg verbaasd. De plek waar ik dagelijks liep bleek dus in potentie levensgevaarlijk te zijn! Ik liep verder en binnen de vlaggetjes stond een luxe ogende stoel met plakkaten “Pas op! Vallende stenen! Niet hier lopen!” Naast de stoel lagen inderdaad een paar stenen. Waar kwamen die opeens vandaan? Het was samen met de gekleurde vlaggetjes een tamelijk lachwekkend schouwspel, ware het niet dat ik dus de dag ervoor (en alle dagen daarvoor!) bijna dood had kunnen zijn.

Twee dagen later kwam ik er weer langs en inmiddels was er een stellage geplaatst. Dat was meer wat je zou verwachten bij zo’n situatie, maar toch oogde het opeens heel saai vergeleken met de stoel! Nu kon ik ook zien wat er aan de hand was. De eerste keer had ik namelijk de plek waar het huis boos met stenen stond te gooien in de donkerte niet kunnen ontdekken. De stellage stond er een maand lang. Ik liep er maar gewoon langs, met het risico dat het huis toch nog andere dingen in petto had. En nu deze week zag ik dat het euvel gemaakt is. Einde verhaal?

Slechts drie dagen na bovenstaande gebeurtenis bracht ik wat oude medicijnen naar de apotheek om weg te laten gooien. “Zitten er naalden bij?” Vroeg de apotheker. Nou, nee. Ik vervolgde mijn ommetje en toen ik 10 minuten later terugkwam, stond opeens de hele straat vol met ambulances en brandweerauto’s. Ook de traumahelikopter zweefde boven de buurt. Waren mijn medicijnen ontploft? Nee, het was gelukkig toch een ander huis! Ik wachtte het schouwspel dit keer niet af, maar toen ik verder liep zag ik de bewuste traumahelikopter op het sportveld staan. Kleine kinderen mochten erin kijken. Ik vond het best een imposant ding.

Nu had ik in één week alweer zoveel meegemaakt dat ik eigenlijk direct een nieuwe blog wilde schrijven. Maar dat kan ik mijn lezers niet aandoen, dacht ik, al dat gezeur. Dus heb ik nog even gewacht. (Nee hoor, in werkelijkheid had ik geen tijd: ik had wat leuke archiefopdrachten van buitenlanders in de weekenden.)

Hier is het gezeur dus: ik wilde nog zeuren dat mijn haar nu echt heel erg lang is en dat ik allergisch voor mijn eigen haar ben (ja, echt!) en er jeuk en uitslag van krijg in mijn nek en rug, en dat ik me daarom afvroeg of er in de lockdown ook uitzonderingen gemaakt konden worden bij kappers voor essentiële gevallen zoals ik. Maar nu zijn de kappers net weer opengegaan (hoera!), dus hoef ik Rutte voorlopig geen brief te schrijven. In de tussentijd had ik van mijn moeder meerdere haarbanden geleend, om mijn haren wat weg te houden, maar daarmee zag ik eruit als de kruising tussen een ninja en een paasei! Gelukkig dus dat ik over twee weken aan de beurt ben, anders weet ik niet hoe het had moeten aflopen!

Ik ben in elk geval in deze hoedanigheid maar niet in de zoom-meetings van EZK verschenen.

Maar dan iets belangrijkers: waar waren de sneeuwpoppen??? Hebben jullie ze gezien? Of gemaakt? Er was wel sneeuw, maar geen sneeuwpoppen! Ik herinner me toen ik nog in Leiden en Groningen woonde, dat ik altijd hele sneeuwpoppencollages maakte (maar toen zat ik nog op hyves, dus die kan ik nu niet meer vinden ter bewijs). Ja, hyves, weten jullie nog? Ik heb wel enkele dappere probeersel-sneeuwpoppen gezien, maar lang geen hele buurten vol, wat ik wel verwacht had met al die stoepkrijtkinderen van het voorjaar! Was het dan toch de stuifsneeuw die niet geschikt was? Maar dat kan bijna geen excuus zijn, want in Zwolle waren er zelfs klimaatvrezende sneeuwpoppen die protesteerden! Zij zien er toch heel compleet uit! Voor mij blijft het dus een mysterie.

Misschien was het toch nog de lockdown, de avondklok en de hele negatieve teneur, die natuurlijk door 1 week sneeuw nog niet teniet gedaan is. Ik heb al jaren contact met een winkel in Zutphen die natuurtextiel verkoopt (lekker zacht voor mijn gevoelige huid dus!) en nu opeens zag ik op hun website dat ze leegverkoop hadden. Ik schrok erg en zag mezelf alweer overal de merkjes uittornen (in werkelijkheid doet mijn lieve moeder dat voor me, en soms zelfs mijn vader!). Ik mailde de winkel en schreef dat het me speet dat ze gingen stoppen en vroeg of het vanwege de corona was. Uit het antwoord was dit niet duidelijk, maar wel dat ze het heel naar vonden om na 26 jaar op deze manier afscheid te moeten nemen van hun klanten. Op hun website staat dan ook dat ze hopen dat ze hun klanten in de laatste maanden nog kunnen verwelkomen in hun ‘stenen winkel’. Dat laatste klonk zo zielig dat ik echt hoop dat ze dit nog gaat lukken!

Ik sluit af nu: natuurlijk ontbraken de matrassen wederom niet tijdens de ommetjes in de buurt:

Soms zag ik zelfs matrassen in het kwadraat:

O ja, en bij deze vrouw met ananas moest ik sterk terugdenken aan de vrouw met banaan die ik ooit bij een bushalte zag staan:

Overigens heb ik deze maand mijn blogpagina wat ‘opgepimpt’ en nu kan je ook het archief zien, zowel qua titels als qua maanden en jaren. Volgens Stephan kan dit nog wat handiger in elkaar geschoven worden, maar hoe, dat moet ik nog even ontdekken. Ook heb ik een knop toegevoegd waarmee je mijn blog kunt volgen. Misschien had ik dat enkele jaren eerder moeten doen :-)

Tot ziens weer!

Tweede lockdown: een challenge

Sinds kort doe ik op mijn werk mee met de #laadjeop-challenge. Hierbij strijden wij met ons team van de parlementaire enquête Groninger gaswinning tegen andere teams van het ministerie van EZK. De bedoeling is dat je veel gezonde dingen doet: bewegen, gezond eten en je geest voeden met ‘tot nadenken stemmende’ podcasts. Steeds als je een van de doelen gehaald hebt (bijvoorbeeld ‘eet een stuk fruit’) moet je een bewijsfoto opsturen, die alleen de trainers te zien krijgen. Deze beheren de app en je kunt ze ook vragen stellen. Het zijn echte mensen. Ik vroeg bijvoorbeeld bij de challenge ‘drink 1,5 liter water per dag’ of thee ook meetelde als water. Dat was het geval, maar wel zónder suiker. Toen ik op de eerste dag ’s avonds mijn ommetje maakte en mijn stappen uploadde, stonden we meteen tijdelijk op nr. 1. Dat was grappig, want zo lang is mijn ommetje van een uur nu ook weer niet. Wat zou er gebeuren als ik een hele dag ging wandelen in de velden, zoals vroeger, voor de corona?

Zoom-uitleg bij de #laadjeop-challenge, die werkt met een app

Eigenlijk heb ik wat het wandelen betreft een dubbel gevoel bij de challenge, want meestal neem ik tijdens mijn wandelingen mijn telefoon juist níet mee. Om even afgesneden te zijn van de steeds maar doorgaande wereld en communicatie. Om even ‘uit de tijd te vallen’, om Grossmans woorden te gebruiken. Challenges staan me sowieso een beetje tegen, maar de reden dat ik nu meedoe, is omdat ik door de corona niet meer kan tafeltennissen en het gevoel heb dat ik redelijk uitdij. Dus extra bewegen leek me een goed idee. Maar bijvoorbeeld aan de Goodreads challenge of the year doe ik nooit mee. Want boeken lezen vind ik geen wedstrijd, zelfs niet tegen mezelf. Voor mij gaat het plezier eraf als ik het gevoel heb dat ik nog een x aantal boeken moet lezen in een bepaald jaar. Lezen doe ik juist ook om even weg uit onze tijd te zijn.

Toch werkt zo’n challenge in die zin goed dat ik me meer gemotiveerd voel om daadwerkelijk te gaan wandelen. Want ja, ook ik heb soms geen zin om naar buiten te gaan. Met name als het grijzig is of motregent. Motregen vind ik de allervervelendste regen die er bestaat. Van bijna alle andere soorten neerslag houd ik veel, zoals sneeuw, hagel en stortregen. Daar loop ik graag in, maar motregen vind ik stomvervelend. Tip voor mensen die dit ook hebben: ga nooit naar Bilbao.

Mijn ommetjes lopen langs het voetbalveld en daar krijgen in de namiddag kinderen training. Omdat de ouders niet meer langs de kant of in de kantine mogen staan, staan ze allemaal buiten het voetbalveld op een rij met 1.5m afstand. Eén ouder per kind. Zo praten ze met elkaar in de kou. Achter de rij ouders staan auto’s met hun koplampen aan en daarin zitten andere ouders te werken met hun laptops op het stuur. Even rust! In de huizen waar ik langskom zie ik nu vaak dat de glazen tussendeuren dicht zijn. Achter de tussendeuren in de verte zie ik ouders achter hun laptop aan tafel zitten en voor de tussendeuren op de bank kijken kinderen tv of spelen games. Stoepkrijten doen ze niet meer in de winter. De straten zijn nu leeg en saai. De sfeer is ook wat bedrukter dan tijdens de eerste lockdown, toen er meer bemoedigende boodschappen stonden overal. Restaurants die eerder nog een to go-balie hadden, zijn hier nu ook mee gestopt, omdat het qua inkomsten niet veel zoden aan de dijk zette. En waarschijnlijk ook omdat het te koud is:

De officiële naam van het nieuwe gemuteerde virus dat nu in Groot-Brittannië rondraast en ons land ook aan het veroveren is, is SARS-COV-2 VUI 202012/01. Daar moeten we het maar mee doen. Toch gaat het leven door. Toen de nieuwe lockdown net was afgekondigd in december zag ik een leeg aardrijkskundelokaal waarin een jonge docent zijn online college aan het geven was. Een mooi gezicht, maar ook wel surrealistisch.

Op een vroege avond zag ik twee totaal lege trams elkaar passeren en de bestuurders hun duim opsteken, ten teken dat het goed ging. Maar wat gaat er goed als je de hele dag lege trams bestuurt? Daarvoor koos je dit vak toch niet. Maar ze zullen vast ook mensen naar plekken van essentiële beroepen vervoeren.

Ik zie ook positieve dingen: de groentewinkel die een half jaar lang dichtgeplakt zat, omdat er volgens de politie een drugspand in zat (zie mijn vorige blog), is nu weer een uitnodigend groentepaleis geworden. Van nieuwe eigenaren? In elk geval waren ze dagenlang druk aan het schilderen en schoonmaken om de naargeestige sfeer te verdrijven.

Verder vermaak ik me met wat ik zoal op straat zie staan en liggen (altijd matrassen (!), maar dit keer ook wc’s en koelkasten) en met rare lockdown-briefjes die me doen realiseren dat het schrijven van een paar zinnen voor sommige mensen gewoon echt best moeilijk is. Zij blinken uit in ander werk dat ze nu niet kunnen doen. Ik voel mee met alle winkelmedewerkers, kappers en masseurs die nu al weken niet kunnen werken. En waarom zijn de wijnspeciaalzaak en de notenbar wél open en de HEMA en de Bruna niet? Het lijkt aardig arbitrair gekozen allemaal. Laten we hopen dat we over een tijdje weer gewoon naar restaurants, musea en bioscopen kunnen, alleen al om ze gewoon in leven te houden.

Nou ja, niks aan te doen nu allemaal. Ik word opgevrolijkt door mooie poezen achter de ramen (met pluimoren zoals een ransuil!) en door wat ik nog meer allemaal door de ruiten zie. Het is leuk om bij mensen naar binnen te kijken, vooral als ze er zelf niet zijn. Anders ben ik natuurlijk gelijk een gluurder.

Ik gluur ook naar de vrolijke kunst in de bloedbank, die tegenwoordig bijna elke avond open is. Vanwege de corona?

En ik gluur naar de maan, die op deze mooie heldere dagen steeds al vanaf de middag op me neerkijkt:

In de challenge zijn we trouwens alweer naar beneden gezakt, maar we strijden nu om in de top 10 te blijven. ‘Eet een gezond tussendoortje’.

O ja, en sinds een paar dagen (als voorbode op de avondklok) kan ik het volume van mijn radio weer een aantal tikjes zachter zetten wegens zeer weinig tegengeluid in de avond. De klok is rond, want daar begon ik de eerste van mijn inmiddels zes coronablogs mee. Betekent dat ook dat we nu aan de uitweg beginnen?

N.B. Zie voor de challenge waaraan ik meedoe de website van The Health Challenge. En nee ik schrijf geen reclameblog (daarvoor zou ik me niet lenen), maar wie weet vind je het er leuk uitzien en wil jouw organisatie het ook eens doen.

Verlichting

Terwijl we aan de vooravond staan van de verlichting van de tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown (om Ruttes zinsnede nog maar even in het overdrevene te trekken) sta ik zelf ook weer op een spannende grens in mijn leven. Aankomende maandag begin ik met een nieuwe baan. Ik ga het komende half jaar als onderzoeksmedewerker meehelpen om de parlementaire enquête over de Groninger gaswinning (2021) voor te bereiden.

De laatste weken kijk ik vol bewondering naar het doorzettingsvermogen en de creativiteit van horeca-ondernemers. Toen ik ging fietsen zag ik overal bordjes met ‘Coffee to go’. Ik belde bij eentje aan. Uit het grote restaurant kwam een meisje dat me heerlijke warme thee schonk. Als ik had gewild, had ik daar nog een stuk bosvruchtentaart bij kunnen nemen. Op een kartonnen bordje, speciaal voor de buiten-eters. Maar taart eten doe ik toch altijd nog liever samen met anderen.

Toch is er best veel reden om taart te eten, want in mijn persoonlijke leven gaat het (ondanks wat flinke financiële coronategenslagen) nu best goed. Ik sloot onlangs een therapie bij een psychotherapeut af na 3 jaar, omdat ik me nu goed stabiel voel, en er veel onderliggende somberheden uit mijn lichaam verdwenen zijn. Niet omdat ze opgelost zijn, maar gewoon omdat ik erover gepraat heb en het niet allemaal meer in me zit en overloopt. De allerlaatste keer dat ik naar therapie ging, was er een spatscherm geplaatst tussen mij een de therapeut. Terwijl ik tegen haar praatte en we probeerden om 3 jaar samen te vatten, zag ik steeds de reflectie van mezelf in dat scherm. Haar zag ik nauwelijks. Het was of ik tegen mezelf zat te praten, wat misschien in wezen ook zo is bij welke therapeut dan ook. Maar dit keer als afsluiter voelde het toch erg onnatuurlijk om niet normaal te kunnen spreken en niet even een hartelijke hand te kunnen geven.

Ik gaf haar een afscheidscadeau, een ingelijste foto die ik ooit in de winter maakte van een slinger van ijs, een soort sieraad van spinrag, of hondenhaar, of wie zal zeggen wat. Voor mij had de foto veel waarde, vanwege de herinnering aan de plek waar ik elke week de dieren had verzorgd: ezels, schapen, geiten, paarden, kalkoenen, kippen en parelhoenen. De therapeut bekeek de foto kort en ik had niet de indruk dat het haar echt raakte (maar wie weet kunnen therapeuten dat heel goed verbloemen). Misschien hangt ze hem op in de behandelkamers en dan kan er toch nog iemand van genieten.

Voor wie het zich nog herinnert: ik begon ooit een blog met een verhaal over een kat die onder het wandelen gezellig met mij meesprong, van paaltje naar paaltje. Het is me nu gelukt om hem eens vast te leggen. Dan weten jullie dat ik niet alles verzin (soms verzin ik wel eens wat). Hij/zij leek mij verder vergeten te zijn en toonde geen aanhankelijkheid meer. Gelukkig maak ik snel nieuwe vriendjes.

Ook schreef ik eens over een groenteboer waar de kraaien buiten vrolijk bezig waren de uitgestalde gewassen op te eten en niet verjaagd werden. Nou, die groenteboer bleek dus opeens een drugspand te zijn. Ja, zo gebeuren er nog wel eens spannende dingen in Den Haag. Er vlak tegenover zit een gereedschapswinkel en daar hadden ze de zagen maar alvast in de aanbieding gedaan.

Om mij heen zie ik veel mensen die lak aan de coronaregels hebben. Die lekker met zijn drieën dichtbij op een bankje een frietje zitten te eten, of met zijn vijven een wandeling maken zonder afstand (en echt niet uit 1 familie). Maar ja, wat doe je eraan? Inmiddels heeft wel bijna iedereen al eens zo’n wattenstaafje tot in zijn hersenen geprikt gekregen en zijn er zelfs in onze directe omgeving steeds meer gevallen van COVID19. Je zou zeggen dat dat bij die mensen toch ook zo is? Toch maar weer op alle mooie dingen blijven letten, anders word je gek. Mensen die gezellig op afstand een hondenpraatje maken, kinderen die hun oude speeltjes gratis aanbieden op straat, een hamsterkooi op de prullenbakken (met de laatste zaadjes van het arme overleden beestje er nog in) en, tot slot, een leuke onhandige reuzenhond op het strand.

(Over reuzenhonden schreef ik ook al eens eerder, voor de echt echt trouwe volgers.)

(En warempel, daar blijkt ook het sieraad van rijp te staan.)

Jongens en meisjes:

Verbazingwekkende verhalen

De laatste tijd waren er een paar dingen die mij enorm fascineerden en deze wil ik graag met jullie delen.

In het Stadsarchief Amsterdam zag ik een tentoonstelling over vondelingen die rond het jaar 1800 werden opgevangen in het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht. Bij sommige van deze vondelingen werd naast het baby’tje of kindje een briefje achtergelaten door de moeder. Dit briefje was voor het weeshuis vaak de aanleiding om deze kinderen een bepaalde achternaam te geven. Deze achternamen werden erg fantasievol bedacht, bijna alsof de leiders van het weeshuis zich niet beseften dat de kinderen ook groot zouden worden en dan hun hele leven met die achternaam zouden rondlopen. Maar dit was dus wel het geval.

Voor een tentoonstelling met archiefdocumenten was hij heel goed opgezet, want zorg dat maar eens aantrekkelijk te maken. Van elk kindje dat uitgelicht werd stond er een levensbeschrijving op de muur en in de vitrines eronder lagen archiefdocumenten uit zijn/haar leven. De zusjes Jacoba en Anna werden op 29 augustus 1792 gevonden bij een bierkelder en kregen daarom de achternaam ‘Mout’.

Bij een jongetje dat Jan heette had zijn moeder een groen lintje met goud borduursel achtergelaten, waarna Jan door het weeshuis de achternaam Lindt kreeg toegewezen. Soms lieten moeders ook een half bidprentje achter bij het kindje, met de bedoeling dat zij het ooit weer zouden verenigen met hun eigen helft. Ze konden zo gelijk bewijzen dat het kind echt van hen was.

In het Kinderhuisboek stonden ook wat bijzondere achternamen, zoals Helena Elizabet Swanger en Aarnout Gevoel. Bij het meisje Anna Elisabeth Hart werd in 1797 een briefje in de vorm van een hartje achtergelaten en zo wist men gelijk een naam voor haar.

Zowel meisjes als jongetjes werden vaak voordat ze in het weeshuis geplaatst werden zo’n 1 tot 5 jaar bij een min ondergebracht, voor borstvoeding, maar bij oudere kindjes ook voor verzorging en persoonlijke aandacht. Deze minnen – dit waren er zo’n 2400 tussen 1780 en 1793 – konden hiermee een goed zakcentje bijverdienen. Soms zaten ze vroeger zelf ook in het weeshuis. De gevonden meisjes op hun beurt werden vaak later in hun leven zelf ook min of gingen in het weeshuis werken. De jongetjes moesten vanaf hun veertiende of later het leger in.

De grappigste achternaam stond bij een vondeling uit 1791 bij wie geen enkel briefje was achtergelaten door de moeder. Hij werd daarom Abel Weetniet genoemd. Later werd hij gedoopt in de Nieuwezijds Kapel samen met andere kinderen, waaronder ook een Anna Weetveel! En ook ontdekte ik in die lijst nog een meisje dat Slokop heette! In 1809, toen Abel achttien jaar was, ging hij het leger in te Amersfoort, nog altijd onder de naam Abel Weetniet. Zo staat hij gewoon tussen alle andere gangbare namen.

Het was mooi om eens een tentoonstelling te zien over een onderwerp waar ik zelden over had nagedacht.

Tot zover deze tentoonstelling die dit weekend helaas alweer afgelopen is en dus niet meer te bezoeken. Iets anders dat mij erg raakte is wel nog te zien, al is het de vraag of dit wenselijk is. Op NPO3 was in de maand september een serie te zien die Niet normaal vies heette. Wie weet hebben sommige mensen hem ook gezien? Het ging over het werk van de mooie jongen Tugrul Cirakoglu, die een speciaal schoonmaakbedrijf heeft om extreem vieze huizen schoon te maken. Huizen waar bijvoorbeeld mensen maandenlang in hun eigen viezigheid lagen en daarna overleden. Maar ook duivenpoep, schade door lekkage en bedrijfsschade. De beelden die je in de serie te zien krijgt, bijna allemaal door Tugrul zelf gemaakt, zijn bijna niet voor mogelijk te houden. Lichaamsvocht in alle soorten en maten en het daarbij behorende ongedierte dat erdoor aangetrokken wordt. Dit klinkt tot nu toe nog niet erg aantrekkelijk om te kijken, maar toch is het een hele mooie serie vind ik, want Tugrul zorgt er juist voor dat door hun leefomgevingen weer helemaal schoon te maken, deze mensen toch een soort van waardig einde krijgen. Ook bijvoorbeeld voor familieleden die later nog in het huis komen. Ook denkt de academisch gevormde Tugrul heel veel na en reflecteert op een mooie manier over het leven in de serie. Hij pleit ervoor dat we toch iets meer zouden moeten omkijken naar onze medemens. Zelf neemt hij vaak jongeren met een moeilijk verleden in dienst, die bij hem een tweede kans krijgen. Maar je moet er natuurlijk wel tegen kunnen, tegen dat werk. Tugrul vertelt ook hoe hij hiermee omgaat. Ik vond het fascinerend om te zien hoe hij alle extreem vieze huizen weer schoon kreeg, met verschillende methoden, en hoe hij met mensen omging.

Dan tot slot nog een verhaal dat ik zelf beleefde:

Begin juli kwam ik een oude man tegen op straat. Ik kende hem van mijn petitie voor Solleveld en had hem ergens in april nog een mailtje geschreven om te vragen of ik iets voor hem kon doen in deze periode. Geen antwoord gehad en er later even geen aandacht meer aan besteed. Tot die ene dag. Hij vertelde dat hij in een verzorgingstehuis woonde ten tijde van het begin van de corona. Omdat de eerste gevallen al geconstateerd waren en hij een algehele sluiting van de tehuizen al aan zag komen, boekte hij snel een vakantiehuisje aan zee. Hij vluchtte dus zijn tehuis uit, net voordat hij er maanden vast gezeten zou hebben, maar dat wist hij toen nog niet. Omdat het een uitzonderlijk warme lente was, had hij optimaal genoten van het buiten zijn, normaal ook zijn favoriete omgeving. Hij had bijna elke dag gezwommen. Na een maand echter bleek er nog helemaal geen verandering te zijn opgetreden en hij boekte nog maar een maandje bij. Ook een derde maand waagde hij nog te boeken, ondanks dat dit betekende dat zijn hele spaargeld al opgegaan was aan het huisje. Hierna was zijn geld op en gelukkig kon hij in de vierde maand weer terug naar zijn tehuis, toen alles wat versoepeld was en het virus enigszins teruggedrongen. Hij was echter doodsbang voor een tweede golf en wilde eigenlijk ergens anders gaan wonen. Waarom hij überhaupt in het verzorgingstehuis woonde, was mij verder onduidelijk. Hij heeft beloofd mij dit nog eens te vertellen, als we elkaar weer tegenkomen.

Een tijdje hoorde ik niets, terwijl ik wel af en toe aan hem dacht. Ik hield ondertussen mijn ogen open voor huurhuisjes voor hem. Uiteindelijk schreef hij mij een mail dat hij een huurhuis gevonden had, vlakbij een bos in Den Haag. Ik was erg blij voor hem. Eind augustus zou hij erin mogen. Toen die datum naderde, bleek echter dat er nog wat vertraging was en hij kon nog niet in zijn nieuwe huis. Ondertussen waren de coronagevallen weer aan het stijgen. Ik zag het al gebeuren dat hij net voordat hij vertrokken was alsnog geveld werd door die enge ziekte. Ik mailde hem twee keer of hij al in het nieuwe huis zat. Er kwam geen antwoord. Ik beeldde me van alles in. Deze week echter mailde hij me dat hij moe maar gelukkig in zijn nieuwe huis zat en verlangde naar een lange wandeling in Solleveld. Eind goed al goed voorlopig dus.

Hoe nu verder? Cultuur en de wereld tijdens en na de corona

Een verkenning van positieve geluiden uit de Nederlandse media

Tijdens de (eerste?) lockdown was er in de wereld sprake van een seismische verstilling, zo bleek uit een artikel van een groep geologen en seismologen in Science. Er waren minder trillingen in de wereld. Hierna is iedereen echter steeds meer teruggeschoten naar ‘normaal’, soms zelfs in het kwadraat. We kunnen nu dankzij de lockdown echter wel zien wat er mogelijk zou zijn als je denkt aan andere toekomstscenario’s.

Webinairs hebben opeens een veel groter bereik dan als dit gewoon lezingen of debatten in een zaal ergens op de wereld zouden zijn geweest. Er doen soms zelfs mensen mee die in andere tijdszones en werelddelen wonen, waardoor de internationale uitwisseling van gedachten gestimuleerd wordt.  De mensen die ze geven worden ook steeds creatiever in het schakelen tussen praten tegen het publiek en het reageren op vragen van hen. Soms is er zelfs een speciale redactie die de vragen snel en compact aan de spreker voorschotelt. Ook kan je vaak nog napraten met anderen in de chatomgeving als de webinair al voorbij is. Een soort naborrelen, maar dan met je eigen kopje erbij. Zelf volgde ik een aantal debatten van Pakhuis de Zwijger in de afgelopen maanden, even tussendoor, terwijl ik anders niet zo snel voor 2 uur de trein naar Amsterdam zou pakken. Ook luisterde ik naar Erik Scherder, die natuurlijk weer een geweldig verhaal over de hersenen had, met duizelingwekkende plaatjes.

Iemand die diepgaand reflecteert over de toekomst is Dirk Bezemer. In een artikel uit de Groene over de post-corona-economie schetst hij een beeld van de mogelijke kansen die het meemaken van de coronaperiode ons kunnen bieden. In Duitsland werd bijvoorbeeld besloten om een grote staatssubsidie van 6.000 euro op elke gekochte elektrische auto te geven, terwijl benzine- en dieselauto’s niet gesubsidieerd worden. Dit ondanks het feit dat er hiervan nog veel worden verkocht, en de fabrikanten dus veel schade leiden door de crisis. Ook in Nederland is er sinds begin juni 2020 een subsidie van 4.000 euro op elektrische auto’s en de helft hiervan op tweedehandse exemplaren. De fabrikanten worden zo dus geprikkeld tot verandering, ondanks dat er hierdoor ook baanverlies geleden wordt.

Bezemer noemt ook positieve geluiden uit andere richtingen dan de auto-industrie: Burgemeester Anne Hidalgo van Parijs wil dat alle noodzakelijke voorzieningen op maximaal 15 minuten fietsafstand komen (City of 15 minutes) en zo dus het fietsen in de stad bevorderen. Dit al wat oudere plan heeft nu door de corona een extra impuls gekregen en allerlei parkeerplaatsen zullen actief verwijderd gaan worden. De noodzakelijke gedragsverandering hiervoor, die sommigen zich niet konden indenken, is door de corona voor veel dingen opeens automatisch bereikt. Daarom moeten we nu ook doorpakken met dingen, vindt Bezemer. Bijvoorbeeld door te laten betalen voor autokilometers binnen de stad.

Beel uit webinair Erik Scherder

Ander beeld uit webinair Erik Scherder

De burgemeester van Barcelona, Ada Colau, wil dat het toerisme in haar stad niet meer terugkomt op het oude niveau, maar dat er duurzaam toerisme komt. Dit plan was er ook al langer, maar de corona was de katalysator om het nu echt tot uitvoer te brengen. Op de radio hoorde ik Bezemer zeggen in Het Oog (vanaf 39 min.) dat er altijd weerstand was tegen dit soort vormen van verandering, omdat er altijd gedupeerden zijn, maar dat dit desondanks het moment is om die mensen gewoon ‘af te kopen’. Een eenmalige grotere investering om daadwerkelijke verandering in beweging te zetten. En dit zou ook kunnen gebeuren in andere sectoren, zoals communicatie, energie, industriële innovatie, vastgoed, waardeketens en landbouw, somt hij op. Laten we het hopen!

De groei van internationale handel en kapitaalstromen was al een paar jaar aan het afnemen en deze ‘slowbalization’ zal zich volgens Bezemer doorzetten, omdat men zich bewust is geworden van de afhankelijkheid van productieketens. Hij hoopt dat er weer meer eigen productiecapaciteit komt op allerlei vlakken. Producten waren al een paar jaar veel minder snel te verkrijgen dan eerder, omdat ze van steeds verder moesten komen en er zo klein mogelijke voorraden waren (om maar niks te verspillen). Dit hebben we de laatste jaren allemaal goed gemerkt aan medicijnen die niet meer op voorraad waren en onlangs nog met de mondkapjes. Just-in-time management noemt Bezemer dit. Eigenlijk dus gewoon vaak ‘net te laat’-management.

Bezemer spoort de Nederlandse overheid aan om een voorbeeld aan de Duitse te nemen. Bepaalde bewuste keuzes van de overheid kunnen volgens hem een versterking creëren tussen economische groei aan de ene kant en ecologische, sociale en financiële duurzaamheid aan de andere. Maar de kansen voor verbetering moeten wel actief gepakt worden, zegt hij. Recentelijk publiceerde hij een boek, waarin hij dit allemaal nog veel uitgebreider uitlegt.

In de kranten las ik ook een aantal andere positieve geluiden, vooral uit het culturele veld (ja echt!): Chef Cultuur Sandra Smallenburg schreef in ‘Een ongewoon cultureel seizoen’ (NRC 27 aug 2020) dat dit ongewone cultuurjaar ook nieuwe kansen biedt: Nederlandse popacts worden massaal geboekt en de opera geeft haar podium aan een nieuwe generatie, aangezien de gevestigde sterren niet kunnen reizen. Musea kijken weer in hun eigen collecties, waar Gijsbert van der Wal ze begin mei al van harte toe aanspoorde. En dit schrijft nu ook Joyce Roodnat in haar artikel Netflix is voor de cultuurvreter niet genoeg. ‘Kunst is eten en drinken voor hart en geest’, stelt zij. Net als Bezemer zag zij allerlei negatieve ontwikkelingen in de pre-coronatijd, die nu tot een ommekeer kunnen komen. Want – en deze vraag stelde Meta Knol, directeur van de Lakenhal ook in februari – wie bedienen de musea eigenlijk met de inzet op afgeladen zalen vol wereldberoemde, van over de hele wereld aangevoerde kunst (lees: de blockbusters van de afgelopen jaren)? Zichzelf of het publiek? Of eigenlijk geen van beide? De pandemie dwingt musea om nog scherper na te denken over wat ze willen, zegt Roodnat. De kleinere exposities van de komende maanden bieden misschien wel meer voldoening, voor beide partijen. Zij hoopt dat dit seizoen een overgangstijd kan zijn van een nieuwe verhouding tussen kunsten, kunstenaars en publiek. Zelf ervaarde ik het contact met de uitvoerende op het podium als heel positief, toen ik in het Theater aan het Spui een geweldige taalmonoloog zag van Vanja Rukavina, met wie we achteraf een tijdje konden spreken, omdat er zo weinig mensen waren. Roodnat op haar beurt schetst een beeld van een zaal van De Nationale Opera die vroeger vol zat met klapstukken van internationale allure vol bravo-roepers en nu toch een intiemere sfeer heeft, waar ook wat voor te zeggen valt. Alles zal na de pandemie weer gewoon worden, schrijft Roodnat, maar niet zoals het was.

Vanja Rukavina in ‘Language’
Vanja Rukavina in ‘Language’

In zijn artikel Iedereen mecenas in de Volkskrant schetst Alex van Burghoorn ook een mooi positief beeld van de mogelijkheden in de culturele sector in de toekomst. Als eerste noemt hij Voordekunst, crowdfunding voor de creatieve sector. Kleinere projecten of organisaties kunnen hier hun financiering regelen en volgens hem is de binding met het publiek hierbij het allerbelangrijkste, want dit publiek is dan ook bereid om het podium of het theater te steunen. Zo kan bijvoorbeeld tijd gewonnen worden om een andere vorm van financiering uit te denken. Ook noemt hij Pictures for Purpose, waarbij ongenummerde foto’s van goede fotografen voor een relatief laag bedrag kunnen worden aangekocht. Hierdoor kan een breder publiek kennis maken met kunst en wellicht kunnen zij later de bezoekers van de galerieën worden waar de genummerde foto’s geëxposeerd worden. Tot slot noemt hij de inzamelingsactie Houd cultuur levend, die juist bedoeld is voor díe mensen uit de kunstsector die niet voor de reguliere overheidsteunmaatregelen in aanmerking komen. Deze actie werd half augustus opgezet door het Prins Bernhard Cultuurfonds en loopt nog tot eind oktober. Er is nu al bijna 436.000 euro gedoneerd (ik doneerde natuurlijk ook wat). Jolien Schuerveld, directeur van Het Concertgebouw Fonds, zegt in hetzelfde artikel in de Volkskrant dat er eigenlijk gewoon een Cultuurmonumenten zou moeten komen, net als er een Natuurmonumenten is. Ja, waarom niet?

Zo krijgt ‘het lokale’ in de cultuur en de wereld dus weer meer betekenis en worden de lijntjes misschien soms wat korter en persoonlijker, tussen artiesten en hun publiek, tussen culturele instellingen en hun bezoekers, maar ook tussen de consument en de makers van de producten die zij wensen te kopen. Ik ben benieuwd hoe deze ontwikkelingen verder zullen gaan en blijf het volgen!

Eén dag corona

IMG_1549

 

Wat kan er veel gebeuren in een maand. Van een heel voorzichtige versoepeling naar een soort algeheel terug naar normaal, maar dan op 1.5m afstand van elkaar. En soms met mondkapjes.

Ik bedacht me dat ik sinds de lockdown op 12 maart helemaal niet meer verkouden ben geweest. Dit voelt heel erg onnatuurlijk, zoals wel meer in deze periode. Het voelt zelfs als een soort stilte voor de storm. Normaal ben ik zeker elke maand wel een keer in meer of mindere mate verkouden. Het voelt bijna saai om dat nu niet te zijn. Het voelt als een lange zomer in Zuid-Europa waar de lucht elke dag weer net zo blauw is als die daarvoor en het elke dag weer net zo warm is. Je snakt naar een dagje regen. Ik snak naar een snotneus. Alsof ik nu te leeg en steriel ben van binnen. Verkouden zijn kan soms ook gezellig voelen. Ook vraag ik me af of dit wel goed is voor mijn immuunsysteem, om zo lang niet verkouden te zijn. Of voor mijn afweersysteem. Hoe werkt dat? Of is dat hetzelfde?

Mijn leven bestaat normaal uit het heel frequent bezoeken van filmhuizen en vooral uit het heel veel reizen met trein, tram en bus, naar allerlei musea, vrienden en natuurgebieden in het hele land en daarbuiten. Ik besef nu pas dat de ‘prijs’ die je daarvoor betaalt is dat je ongeveer elke maand een keer verkouden bent of een griepje hebt. Dat is dus de prijs voor het ‘natuurlijk samenleven met anderen’. Ik denk dat ik die prijs graag betaal, want niks voelt meer natuurlijk de laatste tijd. Nu gaan we een nieuwe fase in, waarin dat gevoel weer iets meer gaat terugkomen neem ik aan. Maar dan toch nog op afstand van elkaar. Ik ben benieuwd.

 

 

Volgens Rutte met zijn mooie standaarduitdrukkingen kunnen we nu alleen nog ‘wijs op reis’. Als je verkouden bent mag je sowieso niet op reis, dus nog altijd bewegen we ons in een soort steriele wereld, waarin iedereen ook nog eens voortdurend zijn handen ontsmet. Het blijft onnatuurlijk en tegelijkertijd voel ik een soort afkeer als ik in oude documentaires grote bijeenkomsten zie waar iedereen zeer dicht op elkaar stond. Hoe hebben we dat zo kunnen doen al die jaren? Al die bacillen, aerosols en wat niet meer die samen een dans uitvoerden om ons heen! Wordt alles ooit nog zoals toen? Zo onbezorgd?

En dan dit: regelmatig hebben ik of mijn man één dag corona. Als we even een keelpijntje hebben of twee keer achter elkaar moeten niezen, denken we dat het begonnen is. Idem bij onze kat. De volgende dag worden we dan wakker, kijken elkaar aan en een van de eerste dingen die we zeggen is ‘Mijn corona is weer over.’ En dan lachen we. Mijn man heeft soms zelfs avondcorona. Opeens heeft hij een ongelooflijke spierpijn en dan denken we gelijk dat dit ‘het begin van het einde’ is, maar de volgende ochtend is hij steevast hersteld. Ik besef dat dit geen dingen zijn om grapjes over te maken, met mensen die hier daadwerkelijk weken aan lijden of, erger nog, eraan overlijden. Ik beschrijf alleen onze rare angstgevoelens soms en hoe vreemd de wereld momenteel is.

Maar ik zie ook leuke dingen. Ik zag twee Surinaams-Nederlandse vrouwen die elkaar vrolijk met hun voet tegen elkaar begroetten. Het zag er heel natuurlijk en gezellig uit. En bij de serviceflat vlak bij mijn huis zie ik al gedurende de hele coronatijd twee oude mensen met rollators die elke dag samen een wandeling maken (zie foto’s). Dat mochten zij gelukkig nog, omdat ze in een serviceflat woonden en niet in een bejaardentehuis. Tijdens de wandeling kletsten ze geanimeerd. Het was duidelijk hun enige uitje van de dag. Als ze echter de flat naderden, gingen ze apart achter elkaar lopen en volgens een zelfverzonnen afspraak ging de man steeds bij de eerste afslag naar rechts en de vrouw pas na de bloemen bij de tweede afslag, die naar dezelfde entreedeur leidde. Elke keer vroeg ik me af wat hierachter zat: was het zodat ze elkaar niet in de weg zouden lopen bij de deur en extra kans op besmetting ontliepen? Of hadden ze een geheime relatie en dachten ze dat niemand zo zou merken dat ze samen op pad waren geweest?

 

 

Het was in elk geval fijn om ook nog oudere mensen regelmatig te zien, die blijkbaar niet geveld waren door het virus. Zo zag ik ook regelmatig een oudere man met hoed en hond lopen (zie andere foto’s). Ook zag ik uit mijn raam regelmatig mensen social distancing-gesprekken voeren. Hoewel de afstand niet altijd echt 1.5m lijkt, doen ze in elk geval hun best!

 

 

En dan tot slot: de dieren. Want het verhaal gaat nog verder! Ilja Leonard Pfeiffer schreef in de NRC dat in de coronaperiode een klein reekalfje een verfrissend bad had genomen aan de kust bij het verlaten strand van Camogli en ook dat er bij het station van Brignole een familie wilde zwijnen gezien was (zie foto’s). Helaas heeft het kalfje het niet overleefd, omdat hij in angst wegvluchtte toen hij ontdekt werd en toen ergens vanaf viel. Maar het beeld geeft wel een gevoel van vrijheid.

 

 

En ook hier thuis zag ik iets moois: een vos die gewoon over onze parkeerplaats liep. De foto laat te wensen over, maar je ziet nog net zijn staart verdwijnen!

 

IMG_1405

 

Dit was het dan denk ik wat betreft de plotseling te verschijnen dieren, aangezien de lockdown nu min of meer over is. In mijn eigen leven gaat er veel veranderen de komende tijd, want mijn baan houdt op over drie dagen en ik ga dus weer solliciteren. In elk geval een tijd voor nieuwe ontdekkingen!

 

social distancing Rotterdam 2 juni

Social distancing in Rotterdam

Dieren op drift…

Aan de vooravond van allerlei versoepelingen, schrijf ik mijn derde coronablog. Twee maanden geleden schreef ik in mijn blog over mijn objectieve observatie dat het stiller was geworden in huis, qua geluidsniveau. Ook vroeg ik mij in diezelfde blog af of er door die extra stilte in de wereld misschien allerlei dieren tevoorschijn zouden komen die je normaal niet zo gauw ziet. Sindsdien zijn er allerlei mensen voor mij aan het werk gegaan, zonder dat ze dit zelf beseften.

In de NRC stond dat het geluidsniveau in Nederland inderdaad met 3 decibel is gedaald. “Het lijkt een kleine daling”, zegt de directeur van de Nederlandse Stichting Geluidshinder, Erik Roelofsen, maar “de decibel is een verhouding op een logaritmische schaal (…) De afname van 3 decibel betekent dat het geluidsniveau is gehalveerd.”

Dit is dus een groot verschil en in het artikel vertelt een slechthorende vrouw hoe ze voor het eerst van haar leven de vogels in haar buurt hoorde fluiten. Ze maakte direct een opname om hier nog lang van na te kunnen genieten.

 

IMG_0927

kinderen mogen weer buiten sporten en hoeven geen afstand te houden

 

Hoewel er in Nederland tijdens de lockdown geen avondklok is, zoals in sommige andere landen, is het in onze buurt wel nagenoeg uitgestorven op straat na 20.00u, zodat ik mijn pre-nachtelijke wandelingen flink vervroegd heb naar het eind van de middag. Toch iets veiliger nog zo een beetje onder de mensen, ook al mag je ze niet te dicht raken. Een soort imaginaire avondklok hebben we dus zeker.

En wat te denken van de dieren?

Ook dit werd door iemand uitgezocht. Socioloog en schrijver Mohammed Benzakour schreef dat er in Nederland een haas gezien is midden op een leeg plein en een reebok in een speeltuin. Ook blijken er flamingo’s te zitten in de IJssel bij Zwolle, maar die waren er ook al eens eerder. Wel hoorde hij ook geruchten over herten in een Parijse banlieue, dolfijnen in het Nationaal park Calanques bij Marseille en over wilde zwijnen die langs de boulevards in Corsica liepen. Bewoners rondom Schiphol schijnen opeens veldkrekels en mezen te horen, in plaats van vliegtuigmotoren. Ter illustratie van Benzakours artikel wordt een vos getoond, die op een skateboardbaan staat in de (mij onbekende) Israëlische stad Ashkelon.

Zoals jullie hoorden waren er ook wolven in Nederland deze weken, niet alleen in Brabant, maar ook in de Vijfheerenlanden (Utrecht). Of was het er toch maar één, die zich verplaatste? In elk geval maken zij het zichzelf niet zo makkelijk (of eigenlijk juist té), dus ik weet niet of dit blijvertjes zullen zijn. Tot slot las ik nog op Facebook (dank je wel, Esther!) dat er ook in Barcelona wilde zwijnen door de straten lopen, en dolfijnen in de havens de mensen komen groeten, voor zover die nog mogen rondlopen.

Nou, genoeg denk ik nu over wat men zoal (voor mij ?) ontdekte. Wij staan nu aan het begin van wat Rutte op Radio 1 de ‘intelligente unlocking van de lockdown’ noemde. De hemelsblauwe luchten die wij de afgelopen weken zagen, zullen langzaam weer bevederd worden met vliegtuigstrepen. Het verkeer zal weer toenemen. De dieren zullen eerst nog wat aarzelen en een oog optrekken nu hun pas verworven leefruimte weer verstoord wordt, en zich daarna weer terugtrekken.

 

IMG_1096

 

Ikzelf moest de laatste weken nog heviger laveren dan anders. Waar ik eerst al van links naar rechts moest zwalken om mijn tegenliggers te ontwijken, staan er nu ook nog eens overal ladders, die sommige stoepen totaal blokkeren. Werkelijk iedereen is aan het klussen, en omdat ik uit gewoonte nooit ónder een ladder door loop, moet ik overal omtrekkende bewegingen omheen maken. Vanwege een uitstekende scherpe plank (die verstopt was onder een bouwzeil) kostte mij dat al een levensgrote blauwe plek op mijn been. Die heeft ondertussen al alle kleuren vertoond en is inmiddels aan het verdwijnen.

 

IMG_0377

 

 

Mijn actieradius was (desondanks!) klein de laatste maanden. Nog nooit was ik zo lang alleen maar in Den Haag. Ik ben een reiziger en gewend om heel veel op pad te zijn. Dat geeft mij ook ontspanning, omdat ik tijdens het reizen lees, denk en reflecteer. In de VPRO-gids las ik een mooi woord voor wat ik de laatste maanden sterk voel: treinwee.

Vanmorgen deed ik een spannende aankoop die mijn actieradius wat zal vergroten en waarvan ik eigenlijk dacht dat ik die pas als bejaarde vrouw eens zou kopen: een e-bike. Hiermee kan ik trein en tram wat vermijden (en moet ik maar af en toe stoppen om te lezen, denken en reflecteren?) en ondertussen met minder risico langs mijn ouders en naar wat verder gelegen natuurgebieden. Ik verheug mij zeer en hoop ondertussen dat de actieradius van COVID19 steeds meer zal slinken en dat wij en onze geliefden zoveel mogelijk gezond blijven. Musea, theaters en filmhuizen gaan het ook weer proberen. Iedereen gaat het weer proberen. Laten we hopen dat het goed blijft gaan. En dat de wereld zichzelf iets anders zal gaan herinrichten. Bedachtzamer? Aandachtiger?

 

IMG_0909

Dweilpauze of blessuretijd?

Om maar meteen met het eerste te beginnen dat mij opviel: het lijkt of corona het ideale excuus is om geen hondenpoep meer op te rapen. In de Componistenbuurt in Den Haag worden alle niet opgeraapte hondendrollen door geïrriteerde bewoners met neonverf bespoten, zodat ze extra opvallen. Dat is in deze periode dus een nog kleurrijker schouwspel dan anders. In mijn eigen buurt wordt er met stoepkrijt een cirkel gezet rond elke drol. Het stippenpatroon breidt zich ook hier drastisch uit.

Het is nu een maand na mijn vorige blog en inmiddels zijn we aardig gewend aan onze intelligente lockdown. In de supermarkt zijn de schappen weer bijna vol en het is best bijzonder om op de social media iets te beleven en te kunnen delen dat door mensen in de hele wereld direct begrepen wordt, zonder uitleg. Voor mij is dit in elk geval de eerste keer.

 

opstopping

 

De stilte waar ik vorige maand over schreef is nog onveranderd, hoewel er na de bekendmaking dat de scholen weer open zouden gaan wel weer meteen meer verkeer en geloop was. Mensen lijken alvast een voorschot op de versoepeling van de maatregelen te nemen. Verder zijn er in deze periode interessante fenomenen aan de gang, zoals bijvoorbeeld sportradio zonder sport. In deze vorm van radio spreken sporters en organisatoren herhaaldelijk en tot in den treure hun teleurstelling uit over evenementen en wedstrijden die niet doorgaan.

Er zijn ook leuke initiatieven, zoals vandaag op Koningsdag de actie #koningsboek op Twitter, om toch nog het idee van een vrijmarkt te hebben waar je op kleedjes verrassende boeken tegenkomt. Ook hebben de stoepkrijttekeningen zich door de hele stad uitgebreid en zullen ze nog node gemist worden straks, als de kinderen weer naar school gaan.

 

 

Na mijn vorige blog moest ik nog denken aan Joost Zwagerman die bij zijn laatste tentoonstelling in Bergen schreef dat stilte een onderschatte levensvoorwaarde was. “Wanneer ervaar jij stilte?” vroeg zijn (inmiddels) overleden geest aan de bezoekers. De antwoorden hingen aan een soort boom en varieerden van ‘Canto ostinato’ en ‘Bach’ tot ‘het zijn met een hele goede vriend’. Dat laatste mis ik nu het meeste en nu pas kan ik me goed indenken waarom iemand antwoordde dat het zijn met een goede vriend stilte betekende. Het geeft een warm vertrouwen dat zich in je nestelt als je bij iemand helemaal jezelf kunt zijn en al je enthousiasme kunt uiten. Al je stiltes en twijfels. Als iemand in één oogopslag kan zien hoe jij ervoor staat en ook met één glimlach kan maken dat je weer meer vertrouwen voelt.

Dat moet nu allemaal even wachten nu we niet met de trein kunnen reizen.

 

 

Ik vond het ongelooflijk om te zien hoe snel bepaalde winkels zich hadden omgebouwd van open gemeenschappen tot plekken met tussenschotten. We hadden sowieso een ongelooflijk jaar, eerst de protesten met de tractoren en vrachtwagens in Den Haag, toen alle stormen en nu dít! Mijn ouders met hun al veel langere leven dan ik weten ook niet wat ze meemaken. Het is ongekend om niet naar elkaar toe te kunnen reizen en elkaar niet te kunnen omhelzen.

Mijn man noemde deze periode de ‘dweilpauze’ van het leven. Dat vond ik een mooie omschrijving, omdat iedereen in de wachtstand is. Alleen lijkt het er nu steeds meer op dat we nog veel langer een 1.5 meter-samenleving gaan krijgen en zal iedereen moeten wennen aan ‘het nieuwe normaal’. Omdat ik altijd nieuwsgierig ben, maakte ik alvast wat foto’s van de social distancing in mijn buurt. Twee oude mensen die een geanimeerd gesprek voeren: je voelt de genegenheid tussen hen. Twee anderen die een knuffel op afstand uitvoeren nadat ze een tijd in de zon voor een van hun huizen zaten. De wachtrij bij de Indische toko krijg ik niet goed op de foto, maar leuk om te zien is hoe bij elke nieuwe persoon de daar al staande personen zich weer proberen te herschikken in nieuwe geometrische figuren, met steeds een afstand van 1.5m tussen de hoeken.

 

 

Overal zie ik dingen tijdens mijn ‘ommetje’ en zo ontdekte ik laatst twee vrouwen op leeftijd die bijna met hun hele lichaam in een container bij het tuincentrum verdwenen, terwijl ze daarin aan het graaien waren. Het blijkt dat daar planten en bloemen in gegooid worden die niet meer verkoopbaar zijn en de vrouwen waren die dus aan het verzamelen. Ik moest meteen denken aan Les glaneurs et la glaneuse, een prachtige film van de onlangs overleden Agnès Varda over mensen die overtollige etensresten bij elkaar rapen, zoals aardappelen met vreemde vormen.

 

 

In De Groene las ik dat de wereld niet in dweilpauze is, maar eigenlijk in blessuretijd. Dat we dit virus als het ware over onszelf hebben afgeroepen, omdat het vele aantal verplaatsingen en de ontginning van de natuur eigenlijk biologisch gezien gewoon niet meer houdbaar waren. En dat het daarom vooral nú belangrijk is om goede economische keuzes te maken in het post-coronatijdperk en te allen tijde te blijven voldoen aan de klimaatdoeleinden. Anders zullen we aan die bovengrens van het maximaal houdbare blijven functioneren, met natuurlijk kans op nieuwe rampen.

Zo hebben we de sport zonder sport dus toch nog nodig om de wereld te (proberen te) verklaren! De tijd zal het leren…

 

het nieuwe normaal

Het nieuwe normaal

20200414_151718